Archief van Nederlandstalige liederen

Gezien de slordige wijze waarop Windows alfabetisch rangschikt, kijk je best tweemaal alvorens je zoektocht naar een lied op te geven.  De meeste PC's ondersteunen trouwens ook de gewone zoekfunctie: "Ctrl F". 
Voor een notenbeeld van een lied stuur je daarna een E-briefje aan info@triskel.be, (met uiteraard de juiste beginzin van het lied dat u aantrof in de onderstaande lijst) en ik tracht u dan zo spoedig mogelijk te helpen.


Terug naar begin muziekpagina's

Beginzinnen

'k  'n  's  't  A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  Q  R  T  U  V  W  Y  Z

'k Ben deze nacht in de hel geweest

'k Ben een tikkie onverschillig

'k Ben Marianne, proletaren

'k Bracht in deez' herberg een

'k Heb de zon zien zakken in de zee,

'k Heb een euro in mijn hand

'k Heb een rood, rood spiegeltje

'k Heb een rooske, 'k heb 't gevonden

'k Heb een tante in Marokko en die

'k Heb Hollands bloed in d' aderen

'k Heb in mijn lievekens hoveken

'k Heb me gesneden een wilgenfluitje

'k Heb menig uur bij u gesleten

'k Heb mijn wagen volgeladen, vol met oude wijven

'k Heb onlangs naar de maan een reis

'k Heb twee roosjes in mijn hand, aan

'k Heb van morgen goed gebeden 'k was

'k Heb zolang de koeien gewacht en nog geen boterham g'had

'k Hoor de regendruppels vallen op de daken van mijn stad

'k Hoor de vogels in het riet, tjiep

'k Hoor de wind vertrouwlijk fluistren

'k Hoor zo graag ten avondstonde

'k Hore tuitend' hoornen, en de

'k Hou van een klein melodietje, waar de gitaar begeleidt

'k Kwam daarnet Cecilia tegen, die

'k Kwam lest over een berg gegaan,

'k Kwam lestmaal door een groene wei

'k Moet dwalen, 'k moet dwalen,

'k Neme uit het glazeke n.  En is

'k Passeerde voor de vissemerkt,

'k Ving vandaag een grote mug, groter

'k Was nog een knaap

'k Was nog jong en 'k zag een ventje,

'k Was zo lange schipman tot da'k een

'k Weet een plaats om van te dromen

'k Weet er een huizeke waar ik van

'k Wil u eens wat zeggen, blondje

'k Wil u wat verhalen in mijn lied,

'k Wou je danken om de zonneschijn

'k Zat op een zomernacht bij 't Sas

'k Zag sinds maanden voor mijn ogen

'k Zag twee apen wortels schrapen

'k Zag twee beren broodjes smeren

'k Zat overlaatst te dromen, te

'k Zie de boomen zoevend went'len

'k Zie hem verder ijlen door een land

'k Zit al jaren lang hier op mijnen stoel

'k Zit hier weer vol blijde zorgen

'k Zit op de gele wagen

'k Zoog uit 't glas het laatste nat,

Terug naar begin

'n Avond, bloemkes, moe van spelen

'n Keer werd Tijl tot galgenaas

Terug naar begin

's Avonds als ik slapen ga, dan stap

's Avonds als ik slapen ga, veertien englen om mij staan

's Avonds als ik slapen ga, volgen mij honderd engelen na

's Avonds in de keuken bij Dina

's Avonds zie 'k de sterren geren

's Maandags en 's maandags dan ging

's Morgends als de kleine leeuwerk

's Morgens is den riep zo kold, riep

's Morgens klimt de blinde scheper,

's Morgens mag z'eens even neuzen

's Morgens met de vroegste vooglen zingen klokjes ver en bij

's Morgens vroeg om kwart voor negen

's Morgens vroeg, 't was maar eerst

's Nachts rusten meest de dieren, ook

's Zomers is het heerlijk buiten, midden ik het malse groen

's Zondags als de zonne schijnt

Terug naar begin

't Avond gaat ons feeste aan, h, courage, viva!

't Avondt, 't avondt: trage en

't Begijnhofklokske luidt

't Blanke kleed, de witte sluier

't Enige kind van Jarus was dood

't En is van U hier nederwaard

't En sterft nog niet, het oude diet

't Gaat schoon vandaag in belgenland,

't Gedrocht van achttiendertig dacht

't Geen het blad te zeggen had, zal

't Geloof in de wiekende Blauwvoet,

't Hermenieke van Bergeijk, de spulde

't Houdt je overeind, het geeft

't Huisje met de suikerdaken lokte

t' Huwlijk is een dobb'rend schip

't Is de avond voor de eerste mei

't Is dood nu al; God zelve stierf

't Is geboren het God'lijk kind, komt

't Is goed in 't eigen hart te kijken  http://www.youtube.com/watch?v=XS2z3lVJn24

't Is het kanalje dat steeds

't Is hier dat, len vijfhonderd jaar

't Is lang geleden honderd jaren,

't Is len vijfhonderd jaren

't Is mei in 't land

't Is mijn leste kermis, Jan, nee

't Is morgen en, het regent weer

't Is nacht ! Staat op ! Wie kander

't Is nacht, de wacht, komt stormend

't Is nieuwe lente in 't Vlaamse land

't Is plicht, dat ied're jongen, aan

't Is Sint Anna die komt aan, h cour

't Is tegen drien in de klas

't Is tijd er moet in 't Vlaamse land een razend lied ontvlammen

't Is vakantie, falderaldera

't Is van de wind dat de molen draait

't Is veertien dagen nu gelen, is 't

't Is weerom de olie van de druiven,

't Is welle welle wel, 't is wel,

't Is wijding van 't water, het reine

't Is Zaterdag, en zij die zwoegen

't Is zo gezellig in Zierikzee, olala

't Is zomer en de zonne schingt

't Kaboutervolk was eens de lust van

't Kan voor alleman, zeg wat dacht

't Kindje Jezus is geboren, komt en knielt bij 't kribje neer

't Knaapje zag een roosje staan

't Laatste schooljaar is begonnen,

't Lag 'ne man te slapen, 't hoofd op

't Leuvens Vlaams studentenvolk heft

't Leven is, waar men 't ook ziet

't Ligt alles weerom wit gesneeuwd

't Meisje van de winkel werkte 's avonds laat

't Meiske met zijn teele melk

't Peerd van Ome Loeks is dood

't Regent op de brug en ik word niet

't Regent, 't regent, 't dondert

't Regent, 't regent, de pannetjes

't Ros Beiaard doet zijn ronde

't Ros Beiaard maakt zijn ronde

't Schip moet zeilen, 't scheepje ligt aan wal!

't Spaensche gedrocht met haer

't Staat in de sterren geschreven

't Trilt in de boomen, 't glanst op

't Vaarwel was kort, zij togen vroom

't Verweer dat weet wat 't hebben wil

't Volk wil leven, armoe is dood,

't Was bruiloft te Cana en feestgetij

't Was in de blijde mei, ei, ei,

't Was in december, 't sneeuwde hevig

't Was mis met ome Arie

't Was ochtend; een meisje ging

't Was op eenen Drijkoningenavond

't Was op een Witte Donderdag, dat er

't Was op enen maandag, daarom ben ik

't Was toen het jaar te meie ging

t' Weversgild heeft een schoon

't Wierd gezeid dat Cesar groot was

't Wijl in de nacht, de herders

't Wil zomer zijn! De winter heeft getraagd

't Wordt avond en de nevel stijgt

't Wordt donker en donkerder buiten

't Zal regenen, 't zal regenen, 't

't Zelfde doel deed tot elkaar ons

't Zijn droeve dingen die ik moet

't Zijn studenten die bijeen zijn,

't Zijn weiden als wiegende zeen

't Zomert over bos en velden, koekoek roept in 't hout

't Zonn'ke kan zo vroeg niet schijnen

't Zonnetje gaat van ons scheiden

't Zonnetje schijnt zo heerlijk schoon

Terug naar begin

A, a, a, de winter is weer daar!

A, a, a, 't is feest vandaag, ha, ha,

A, a, a, valete studia

Aanbeden heuvel midden Brabants

Aan de hemelpoort staat de maan te

Aan de oever van een snelle vliet,

Aan de stille avondhemel staat een

Aan den oever van de Dijle, daar

Aan d'oever van mijn dierbre Swanee

Aanduur daal alles swyg, stilte heers

Aan een kwaje bui heb ik een broertje dood

Aan gene groene heide, daar staan twee boomkens

Aan Heleentjes blonde vlechten

Aanhoor de roep om vrede, ban uit elk hart de haat

Aan Kristus trouw, aan Kristus trouw,

Aanschouw de pelgrims

Aan 't einde van de dag

Aan 't werk, aan 't werk, met frisse moed

Aan u mijn zang, land waar 'k ben

Aan U, o Koning der eeuwen, aan U

A B C ...

A B C, de jongens bij de jongens,

ABC de kat liep in de sneeuw, de kat

Abraham is gestorven, Abraham is

Ach, bitt're winter, gij zijt koud

Ach, de dagen zij worden grauw en

Ach God, hoe zou ik zingen

Ach hoe leeg zijn onze magen, ach we

Ach lief, ik moet u laten, ik dwaal langs

Ach, Magdaleen, mijn aangebeden kind

Ach mensch, sta van uw boosheid af

Ach, mijn bietje, gij zingt zo

Ach moeder, gij vraagt mij altijd

Achter de meijers huizeke staat enen

Ach Tjanne, zeide hij, Tjanne, waarom en zingde gij niet?

Acht uur, zo klinkt door alle landen

Ach was ik nog maar even dat jongetje van zeven

Ach ween niet moeder, ik zou

Ach, zwakke geest, gij die met zoveel lijden

Adam en Eva die zaten op een tonnetje

Adams schuld is afgedaan, en

A, dat is een aapken dat eet uit zijn poot

Adewiedewanseltje, wanseltje

Adieu Ekelsbeke, adieu gij schone

Adieu mijn troost, mijn liefste reine

Adieu, rein bloemken rosiere, die mij

Adieu, wij moeten elkander groeten

Advocaatje ging op reis

Aenhoort, ick sal beghinnen om te

Ah ben je daar, ah ben je daar,

Ain boer wol noar zien noaber tou

Al bijna bovengronds en zonder aarde

Al boven door het vensterken, daar

Al d'eksamens is nou klaar joeghaidie

Al die daer zeidt: de reus die kom'

Al die er zijn kostje aan land niet

Al die willen te kap'ren varen   http://www.youtube.com/watch?v=hBeJOOxfOOA

Al die daar zegt de reus die komt, de reus die komt

Al draagt een aap een gouden ring

Al enige dagen geleden vond ik een

Aleer de dag ten einde gaat, o God

Aleer het licht ten avond raakt, o Schepper

Al heeft een land een klein begin

Al heeft hij ons verlaten

Al huilen stormen nog zo fel, wij gaan vooruit

Al in een groen, groen knollenland

Al is uw schipken maar een klomp

Allah is groot, Allah is groot, en

Alle bloempjes nijgen hunne kelkjes

Alle die willen naer Island gaen

Alle die willen te kape varen

Alle eendjes zwemmen in het water

Alleen nog in het diepste duister

Alle klokken groot en klein, zingen

Alle knoppen springen los; alle

Allelu, allelu, allelu, alleluia

Alleluia, alleluia,

Alleluia, alleluia, amen, amen.

Alleluia! Als de kleine kinderen laat

Alleluia! De Geest des Heren kwam

Alleluia! Hemelen breekt van heilige

Alleluja den blijde toon, alleluja,

Alleluja, alleluja, alleluja,

Alleluja, als de kleine kind'ren laat

Alleman van Nerlands stam voelen

Alle mijn gepeis doet mij zo wee

Allen die willen naar Island gaan  http://www.youtube.com/watch?v=dRnAgSWh6IU

Alle Pieten zijn geschrokken

Aller ogen zijn gericht op U, Heer

Allerwegen in de landen

Alles heeft een einde, alles heeft

Alles in de wereld schiet, waarom

Alles in de wind

Alles is gewoon anders geworden

Alles is ijdel, Gij echter blijft

Alles wat immermeer 't leven kreeg van den Heer

Alles wat immermeer 't leven zag van

Alles wissel met die winde volgens

Alles zwijgt nu, nachtegalen lokken

Alles zwijgt thans, nacht rondomme

Alles zwijgt, nachtegalen lokken

Alles zwijgt, nachtegalen lokken met

Alles, wat immermeer 't leven zag van

Alle vissen zwemmen, alle vissen

Alle vogels zijn reeds daar

Al onder de weg van Maldegem

Al op een meiemorgen vroeg ging ik

Al op het plein daar staat een huis

Als alle hoven bloesemen

Als boeven hebben wij geboet

Als broeder kok gewekkerd wordt

Als das Christkind ward zur Welt

Als dauw weerkaatst het jonge licht,

Als de akker zijn de rapen

Als de appels bloeien, de schone

Als de aren van 't koren ten grondewaarts knikken

Als de blaren, als de sterren, als de

Als de bloemekens der velden openbloeien

Als de boerkens samen zijn

Als de botten springen

Als de brem bloeit staat de heide,    http://www.youtube.com/watch?v=eDG3FQyKAYw

Als de grote klokke luidt, de klokke

Als de herfst de zomer verjaagt vangt

Als de kat van huis is dansen de

Als de kerels gaan op toer, luide dreunt dan 't blije lied

Als de kerels te gare zijn, doedle, bomle, romdomdom   http://youtu.be/Cl264HOAhPo

Als de klok straks twalef slaat

Als de lente weer openbreekt en het

Als de morgen perelt in den dauw

Als de Paaszonne rees aan de kimme

Als de reuzen ommegaan in het land

Als de reuzen, echte grote reuzen

Als de rombom heeft geslagen

Als de tortelduiven luide roeken

Als de tros wordt losgesmeten

Als de vogels 's morgens fluiten en

Als de wind uit 't noorden blaast,

Als de winter vlucht voor de lente

Als de ziele luistert, spreekt

Als de zondag is verschenen en het werken is gedaan

Als de zon begint te stralen, spoedig schieten gras en kruidjes

Als de zon is heengegaan

Als de zonne bij avond zich neerlegt

Als de zwaan zingt: loe, loe

Als de zwarte kerels gaan marcheren,

Als een eik die bodemvast

Als een engel in mijn dromen

Als een kindje teeder, komt nu Jezus weder

Als een vogel in zijn vlucht klieft

Als eik in Laagland vast geplant

Als er een kind geboren wordt, in

Als er geen goud, geen goud zou

Als gij broer het vaandel draagt volg

Als God nu zag dat heel de wereld

Als God ons thuis brengt

Als goede kind'ren slapen zacht, dan

Als grave Jan bestierde 't land, dat

Als grootmoeder trouwde

Als heel de dag de zonne brandt,

Als het hagelt is 't geen goed weer

Als het voorjaar groent en lacht,

Als hoog in de mast onze Blauwvoet

Als ick u vinde, als ick u vinde met

Als iemand je een schop geeft

Als iemand op reis is geweest, dan

Als ik door jouw ogen kijken kon

Als ik eens van Klaas mocht kiezen

Als ik in de spiegel kijk, moeder,

Als ik jou zie, wat sapristie

Als ik oud ben wil ik zingen

Als ik sluimerde te nacht, zijn er

Als ik van hier moet scheiden, mijn

Als ik wat laat naar huis toe kom

Als ik, de eerste maal in vrijheid

Als in de mei de blijde mei, de merel

Als Jan de trompetter, bij zijn Mieke

Als Jan, Jan Kloek, de muldersknecht

Als je denkt het gaat niet meer, en

Als je eens een Rus ontmoette

Als je geen liefde hebt voor elkaar

Als je op de tafel kijkt van de dokter

Als je wandelt moet je zingen dat het

Als Jezuke door den boomgaard ging

Als jongen reeds ben ik de halve wereld door geweest

Als Jozef hoorde het soet geroetel

Als kajotters te gare zijn, doedle

Als Karel binnentreedt dan kriekt het

Als kind was ik jaren mijn ouders tot

Als kind werd ik gemponeerd als ik jouw hemd zag

Als men moet verlaten huis en al lijk

Als mensen samenkomen, hun harten

Als met hun Leeuwevlaggen, fris op ons broeders gaan   http://www.youtube.com/watch?v=ZASTa2TgQEE

Als mijn vader en mijn moeder naar de

Als moeder zong bij 't schuivend wieggeschemel

Als na beroerde dagen van vrees en

Als naast mij de velen marcheren

Als ons de hoogste nood gebiedt

Als ons na bange dagen

Als over 't wijde land de zonne brandt

Als regen voorbij is, als winter

Als regenvlagen droef zijn de dagen

Als rinkgerommel van tamboerijn

Als 's avonds 't uur van sluiten sloeg

Als slaven werden wij verkocht

Al spreek ik mensentaal of taal van englen

Als Sinterklaas gaat komen zijn alle kindjes lief

Als streelend, lief de zonne gloort

Als 't bruine veld groen openzwelt

Als 't eerste zonnestraaltje ons huisje binnenschiet

Als 't kermis wordt (2x), in 't land van Rupelmonde

Als 't meiluchtje waait door het woud

Als 't u niet al te bestig gaat, in

Als 't vaantje wappert, beiaardier,

Als 't weer lente wordt en uit

Als 't zomert over Vlaanderen, de zonne gensters schiet

Als Uilenspiegel is opgestaan, en trekt door de Dietse landen

Als uit grijsgrauwe morgen de zonne weer daagt

Als weer de lauwe windekens gaan

Als we stappen langs de baan

Als wij allen n van harte

Als wij dan eten van dit brood

Als wij schrijden dicht gerijd, en ons lied

Als wij soldaten t'saam te velde gaan

Als wij stappen langs de baan, flapt

Als zich uw Geest in God verblijdt,

Als zonneglans de hemel kleurt, en

Als zorgen mijn harte verslinden

Altijd is Kortjakje ziek, midden in

Al tussen twee hoge bergen, in enen

Al uwe boos' aenslagen, verkeerde

Al van den drogen haring willen wij zingen

Al wat den mens gejegent, is 't onge

Al wat er nodig is

Al wat lewe sing Gods eer, al wat

Al wat wij bieden

Al weent dit zoete kind, 't en is

Al wie in januari geboren is, sta op!

Al wie is mens, proeft in zijn leven

Alzo die roos van Jericho de zoon der Godheid

Amme nimme kunne zumme

Anker, o kanker van 't mensengeslacht

Anna moest eens waken

Annemarieke kom zwaai en draai en

Annemarieke, waar gaat gij naar toe?

Anne Marie, waar ga je naartoe

Antwerpen, 't is de zee geketend en

Antwerpse scharen, treden weer aan,

Antwoord op alle vragen

Appelbloeien, half ontloken

April, april, doet wat hij wil, doet

Arge winter, gij zijt koud, vergangen

Ariawawitte, de koewachter hee de schitte

Arie Bombarie waar ga jij naa toe ?

Armen strekken goed uitdrijven

Armoede lief, hemels gerief, geeft gij aan dezen

As die eerste sonneglore kus haar

Assekruiske, grauw en kil

Aselia, Aselia, Aselia sta stil, en

Au, au, au, au, dokter komt u gauw

Ave Maria

Ave Maria ave Maria, 's morgens taalt

Ave Maria, ave Maria, ave Maria

Ave Maria, o suyver maecht van Israel

Ave Maria, wat zijt ge schoon in

Avondstilte overal, aan de beek de

Avond wordt het weder, stilaan daalt de nacht

Awendstilte, blink is die maan hoog

Terug naar begin

B

Baas, wij moeten tikken, breng ons

Baaske, tap een pintje bier, 'k zou

Baka, baka kaka

B al met een A ba, B al met een E be,

Bamboela was een kleine neger

Barmhartige Heer

Bazin tap ons een kanne bier, hebt

Bazuinen schetteren hoog en hel, van

Beekje lief, ik hoor zo garen, als

Beelden uit mijn kinderjaren, uit

Begint dichtbij met emeralden gras

Bekleed u met de nieuwe mens

Belotteken, mijn zotteken

Bemin uw ouwe trouwe moedertaal,

Beneden bij den waterval, daar zat

Benedictus, benedictus

Ben je bang voor enge dromen

Benoorden Vlaand'ren's drukke

Beproeving die haar heeft bezwaard

Beproeving die hem heeft bezwaard

Berend Botje gong oet voaren mit zien

Bergen gaan wij beklimmen tot op de verste top

Beroemde Skots professor gaan

Beste Prouw en Lis, ge zijt getrouwd gewis

Betreden wij met moed de drempel

Bet was bij dezelfde mensen

Beurt onze vlaggen boven 't hoofd

Beveel gerust Uw wegen, al wat U 't harte deert

Bezat ik een lappeken gronds

Bezem uit 't is kermis, knechten,

Bezien wij de wereld, wij vinden, och

Bidt, kinderen, bidt, de dag is ten

Biem, bam, biem, bam, hoor die

Bigi kaiman kaiman

Bij bonte, bontering daar hoort een

Bij de bron op het plein staat een

Bij de rabbi is gestolen, ingebroken

Bij een kalme zee neemt mijn vrachtvaarder mij mee

Bij het klinken der bokalen, bij het

Bij het prille morgengloren, fluks en fier de jeugd treedt aan

Bij ons lied straalt er uit ons ogen

Bij 't dagen in 't Oosten op weg

Bij 't eerste zonegloren gaan wij

Bijtjes komen vragen

Bij 't krieken der dagen, eruit fallera

Bij 't krieken der dagen, op weg fallera

Bij 't venster spint ze, van rom, rom

Bij 't vreugdevolle feestgetij klinken ons liedjes gul en blij

Bij 't zingen van dit liedje, zingt

Bim bam bent, spekulazen vent

Bim bam bim bam tingeling, tingeling

Bim bam klokkengelui, zwevende tonen

Bim bam, bim bam, alle klokken

Bim bam, bim bam, hoor de avondklokke

Bimbam, bimbam, hoort de klokken luiden

Bim, bom, belleke, hoort ge de klokken bonzen

Bim bom, belleke, zo luidt dat aardig

Bimbambom, bimbambom, de klokken van

Bimbambom, de klokkezelen snokken

Blanke schapenwolkjes in de hemel

Blauwvoet stijg naar hoge luchten

Blauwvoetvendels aangetreden, zing

Blie, blauw blomme, kijkt er iemand omme

Blij blij meedoen, ja dat willen wij

Blijf, Jozef, bij mij, mijn tijd is

Blijft allen trouw kameraden, 't uur

Blijf mij nabij

Blij gemoed, lustig bloed! Laat ons dansen in het rond

Bloeit een bloempje in de weide, in

Bloemen zullen weer slapen gaan

Bloempjes in de lente ontloken, sierden lieflijk veld en hof

Blokt en zweet maar gansche dagen

Blomkens, lieve blomkens zoet

B met aa: baa, b met een ee: bee, b

Boeken toe en boeken weg, lustig nu naar buiten

Boem retteket, gaat dat zien

Boer Bavo bebouwde plicht'lijk zijn land

Boer boer boer, de benen van de vloer

Boer Jan, mijne man, die heeft een

Boer Vermandel was op wandel in de lange lommerlaan

Boer wat zeg je van mijn kippen, boer

Boerinnetje van buiten en koop je gene vis

Boerinnetje van buiten ha ! Haring, paling

Boertjes en boerinnetjes komen hand

Bomen staan te dromen van de winter

Bommeling ting ting, en ik speel de

Bommelingtingting

Bonjour, lieve vrienden

Borms, gij Vlaanderens klokke, wie

Borreke van Asse met het heilig kruis

Boter op de boterham

Bouwen aan een wereld van

Bouwt gij helden zonnekruisen, op een

Boven 't gewoel van de tijden, boven

Boven de verre, eeuwige sterren,

Boven Gent rijst, eenzaam en grijsd'   http://www.youtube.com/watch?v=Jy11JSVuixo

Boven Gent rijst, eenzaam, vergrijsd

Boven op de berg van Bimbambee

Brabant dierbaar Breugelland

Brand in Mokum, brand in Mokum

Brand, kampvuur, brand, kampvuur, kom

Bravo, bravo, bravo bravissimo, bravo

Broeder Jacob, broeder Jacob, slaapt gij nog

Broeders, blijft altoos vroom en

Broeders hoort, klaroenen melden

Broeders in schachten en groeven,

Broeders kom en laat ons singe van

Broeders, dampt in wijde kringen

Broeders, laat ons de kazernen slopen

Broeders, weest blij in de Heer, ik

Broed'ren, hoort! Hoort hoe de storm

Broertje en zusje liggen, bij 't

Brood om te eten

Bruin als het lokkende lied van de aarde

Brussel, gij waart onze stad

Buiten in de biezen, daar lei een

Burchtknaap hoor 't zingend koor van

Terug naar begin

C

Chauffeurtje mag ik mee

Chef slager, chef slager, hebt u voor

Chirokameraden de koning ons wacht,

Christus de heer is opgestaan, van de

Christus heeft voor ons geleden

Christus is nu opgestaan

Christus is opgestanden al van de Joden

Christus is opghestanden al van der

Christus is verrezen

Christus is verrezen, naar 't water

Christus' vaandel moet voortaan met

Comt ghespeelkens, bespant uw

Comt verwondert u hier menschen, siet

Const gaet voor cracht, lijc d'ouders

Criste, du biste licht ende dach:

Curaao, 'k heb jou zo menigmaal bekeken

Terug naar begin

D'

Daal nu bij het zinken van deze dag,

Daar bloeide ene Lelie met

Daar boven op dat bergsken daar staat een hoge boom

Daar boven op de heuvel, daar staat

Daar boven uit het vensterken, daar

Daar bruist in de branding langs

Daar, daar, daar komt de mei, nu wil ik vrij

Daar dreunen trommels in de straten   http://youtu.be/v1Ac0tcnjAs

Daar dreunt een lied door Vlaanderland

Daar ging een meid om water uit, om

Daar ging een meisje door het land

Daar ging een pater langs het land

Daar ging een patertje langs de kant

Daar ging eens een jager jagen op een

Daar gingen, daar gingen, daar gingen langs het land

Daar gingen door het land, door het

Daar gingen twee gespeelkens goed

Daar ging er een meisje langs den

Daar is een kindeken geboren, op 't toppelken

Daar is een kindje geboren op 't

Daar is een lied, een lied dat uit de

Daar is een schone klucht geschied,

Daar is een zucht die gloeit in ieder harte

Daar is maar n land, dat mijn land kan zijn  http://www.youtube.com/watch?v=_OD9XsbUmBU

Daar is maar n schoon dochterke zoet

Daar is 'ne man, ene fraaie man

Daar is 'n plekkie op aarde waar ons

Daar klingelt een klokje met zilveren

Daar klonk een kreet, het Vlaamse

Daar klonk een liedeken langs de baan

Daar komen goede tijden, Jan

Daar komen langs de harde baan, Sint

Daar komen onz' huzaartjes, van rappe

Daar komt een donk're wolk voorbij

Daar komt Jaap de groenboer aan

Daar kwam een boer gereden

Daar kwam een boer van Zwitserland

Daar kwam een engel uit de hemel

Daar kwam een lief klein kindeke gespoeld

Daar kwam een muis gelopen, een muis van alle gelijk

Daar kwam laatst een meisje van

Daar kwam lestmaal een kwezelken die

Daar kwamen drie koningen met ene ster

Daar kwamen preutse ridders met

Daar kwam laatst nen boer in de donkere nacht

Daar kwam nen boer in den donkeren

Daar kwam ne pater in den donkere nacht

Daar lacht de lieve maneschijn, al

Daar lag een wiedsterken op het land

Daar lag in zijn wieg op sterven, een

Daar leefde ne keer een kwezelken

Daar liep een oude vrouw op straat,

Daar ligt een dode krekel op een

Daar ligt in de kribbe lief Jezuke zoet

Daar loopt door 't gehucht een

Daar loopt een vogel spierewiet door

Daar, mijne lieve dochter, spin voor u

Daar moet veel strijds gestreden zijn

Daar nu het feest van Pasen is, alleluja!

Daar reed nen boer naar Leuven

Daar rijst boven 't lover de toren der kerk

Daar roert iet in het Kempenland

Daar spraken op nen morgen, twee haantjes

Daar staat een klooster in Oostenrijk

Daar staat een man te spelen op een oud orgelkijn

Daar staat een slot in Oostenrijk

Daar stak op nen morgend een jong maseurken

Daar stappen twaalf soldaatjes,

Daar stapt een stoet van kerels

Daar sukkelt kortbeen in de rij

Daar vaart een man op zee, daar vaart een man op de mosselzee

Daar waar de Noordzee brandt en bruist

Daar waar de vrije belgen wonen

Daar waar Kortrijks korenvelden vrolijk golven

Daar waar Kortrijks vruchtb're velden

Daar wandelde op een zomerdag

Daar waren drie tamboers, die van de oorlog kwamen   http://www.youtube.com/watch?v=P01hpIw6pS4

Daar waren twee boerenkind'ren

Daar was e wuf die spon

Daar was een kwezeltje, die 't al wil verstaan

Daar was een kwezeltje, wilt mij

Daar was een meisje in de Kempen

Daar was een meisken zo jonk

Daar was eens ene kwezel, wil mij wel verstaan

Daar was een sneeuwwit vogeltje

Daar was een wuf die spon

Daar was eens een advocaat, tiereliereliere

Daar was eens een groen mannetje

Daar was eens een koepaard uit

Daar was eens ene kwezel, wil mij wel

Daar was ene man, ene fraaie man, ene

Daar was er een moedige ridder, gevreesd

Daar was er een veld dat vol ridders

Daar was er eens een mannetje, heijoekedi

Daar was er eens een oude uil, die

Daar was er laatst een mooi maagdetje

Daar was ereis een blonde knaap

Daar was ereis een herderin

Daar was ereis een meisken, een

Daar was ereis een vrouw die koeken

Daar was laatst een advocaat, tiere

Daar was laatst een meisje loos, die

Daar was laatstmaal een kwezel, wil

Daar was lestmaal een kwezelke

Daar was zo eens een maagdeken teer

Daar wemelt iet aan Maas- en

Daar werd een krans gestrengeld, van

Daar wierp een visscher zijn

Daar wordt aan de deur geklopt, hard geklopt

Daar wou nen boer ter paardenmarkt gaan

Daar zat een klein kaboutertje

Daar zat een muis in de schapraai

Daar zat een sneeuwwit vogeltje

Daar zat een stokoud moederkijn te

Daar zat nen uil en spon, spon, spon

Daar zaten op een twijgje wel zeven musschen

Daar zaten zeven kikkertjes al in een

Daar zit ik, daar kruip ik

Daar zou een meisje gaan halen wijn,

Daar steekt van wal een vlugge boot

Daer kwamen dry koningen met een

Daer staet een bloemken in ghenen

Daer staet een clooster in Oosterrijck

Dag dag dag, tot de volgende keer

Dag lief hartjies

Dag meneer de sneeuwman, waar kom je

Dag meneer, dag mevrouw, kijk

Dag Rozemarijntje, dag m'n

Dag Sinterklaasje, dag, dag, dag, dag

Dag vrouw, dag man, dag altegaar

Dag wereld, dag mensen, dag

Da Jezus in den Garten gieng und er

Dames en heren hooggeerd publiek

Dan mocht de beiaard spelen, van al uw torentransen   http://www.youtube.com/watch?v=LbDsXwo-ONA

Dank u

Dank u voor alle liefd' en zorgen

Dank u wel, dank u wel, dank u wel

Danket, danket dem Herrn, denn er ist

Dankt nu de Heer, want Hij is vol liefde

Dankt nu God, dankt de Heer

Dans als de regen in 't zomergras

Dans, dans, de dans brengt nieuwe

Dans in een lange rij, spring naar

Dans, vlinderke, dans ! Dans in de

Da Pacem Domine, da pacem domine

Dat de goedheid Gods geweten zij alom

Dat du min leevsten bst dat du wull weest.

Dat handhaaft de vorke

Dat is van alle kwaden, Vlaanderen, uw grootste kruis

Dat is van ons, dit lieve land

Dat liefde vreugde brengt

Dat u God beware, bid Hem elke dag,

Dat wil ik belijden voor iedereen dat

Dat's de eerste maal: de trompetten

Datgeen wat ik in mijn leven verlang

Dauwt Heem'len dauwt van uit den

David en Danil, spits nu jullie oren

D' avond is gekomen, de nacht is

d' Avond valt, alles zwijgt, zachtjes

d' Avondzon is heengegaan, moe ter

De andere vrouwen hebben lijven

De arend zoekt zijn rots

De avond doet ons luisteren naar 't

De avond valt, 't zonnetje rust

De avondvleermuis fladdert

De avondwolke' omvangen nu de glorie van den dag

De bange nacht is weeral om, wij rijden stil

De beiaard speelt zoo schoon hij kan, de vreugde heerst alom   http://www.youtube.com/watch?v=qcCxcxBubqI

De beiaard zingt zo schoon hij kan, de vreugde heerst alom

De Belgica, de Belgica, haar togen duizend

De bezem, de bezem, wat doe j'er mee

De blanke vlag waait open, Kajotsters

De blauwe Dragonders die rijden, met

De blije mei lokt bloemen in de wei en laat het leven bruisen

De bloemekens nijgen het kopken

De bloemen beed'len om je blik, de

De bloemen verwelken, het licht gaat

De bloempjes gaan al slapen

De bloempjes gingen slapen, zij waren

De boer die zendt den Dokus uit, hij

De boer die zwoer hem blau, hij zou

De boer had maar enen schoen, weinig genoeg

De boerkens smelten van vreugd en plezier

De bomen strooien wer den weg met

De bonte bloemen slapen in zilv'ren

De boom met brank en blad

De boom stond in de aarde en bloeide

De Burchtknaap zingt zijn hoogste lied

De dagen afgeteld van een tot zeven

De dageraad klaart aan de kim, en

De dag heeft weer zijn taak volbracht

De dag is heen, de nacht nog niet geboren

De dag verdrijft de donkre nacht

De dag was bont en blij en zorgen

De dag was zo stil te Nazareth

De dennen roepen ons, de lente lokt

De dennenbossen zijn heel stil, het

De deur uit, de deur uit, de bakker

De deur uit, de deur uit, de boeren hebben geen geld

De dijkgraaf van Cadzand was geestig

De donkere nacht is nu weer voorbij,

De droefheid kwam, ik wil een lied

De duinen zijn als logge reuzen,

De eed door de Geuzen gezworen,

De eerste koning die 't sterreke zag,

De eerste vreugd die ik gewan, doet mij tot treuren komen

De engel boodschapt aan de Maagd Gods

De engelen kwamen al zingend beneden

De engel Gods omgordde Uw' lenden

De englen als ze braafjes zijn, die krijgen elke dag

De fanfare van Sint-Jan schettert wat

De felle zon omgloort de heide en

De fiere helden van 't verleden,

De fiets van Piet Paaltjes komt juist

De Fransen waren meester, ons rijkdom

De frisse morgen lacht ons tegen

De gedachten zijn vrij, wie raadt ze daarbinnen

De Geest des Heren

De Geest uit vier gewesten

De Geuzen zijn in Bomlerwaard

De Geuzen sijn in Bomlerweerd

De geuzenvendels rukken aan

De gilde viert, de gilde juicht   http://www.youtube.com/watch?v=D7S8D5vzeXc

De grachten lagen lichtjes toegevroren

De grond is wit, de nevel wit

De grote banaan uit Afrika

De grote klok, de grote klok

De grote Sachem heeft gesproken en

De grote Schepper aller dingen

De handen zeg'nend opgeheven

De harde triomf in jouw stem mocht dan loeien

De harmonie van Bergijk die speelt er

De Heer die leeft

De Heer heeft mij gezien

De Heer is waarlijk opgestaan

De Heiland hing aan het kruis

De hem'len zingen de Schepper ter ere

De hemel door klonk strijdrumoer

De hemel hangt vol windgeweld,

De herderkens hadden nog laat in de

De herderkens lagen bij nachte

De herdertjes lagen bij nachte

De heren van Havere zijn geen Heren

De herfst begint, een koude wind

De heuvelen stonden te gloren, in 't

De Hollandsche weiden zijn er zoo

De hopman gaat ons voren, waarheen

De jonge lente in 't verschiet, de

De jongens zeggen 't aan de meisjes

De kabels los, de zeilen op, dat gaat

De keizer van Hongkong die had

De kerkeklokken luiden luiden luiden

De kerremis is daar, sa jongens

De kikkertjes, de kikkertjes, zijn

De kleine klok, de grote klok, de halve klok

De kleremakers op hun feest, die

De klokken luiden opgetogen, noodend

De klokken op de toren klinken ding

De klokken van de toren

De klokken van Haarlem die klinken

De koe die heeft een snuitje, wat

De koe die heeft twee ogen, wat doet

De koei die heeft een bakkes, wat

De koekoek in de mei die hoorde de nachtegaal

De koekoek op de toren zat, de koekoek

De koekoek roept, de merel fluit, de mus tjilpt opgetogen

De koffie, de koffie is klaar, de

De komende komt! Effent heuvels en

De koning van de vrede

De koning van Siam die had het zo

De kouter ligt tussen de zwarte torens

De krepelaar ging wand'len, en hij nam er Ballotje mee!

De krokodil ligt in het water

De kwakkel slaat in 't groene veld

De laatste dagen en de laatste vragen

De laatste keer dat Pierlala uit

De laatste sterren worden al klein

De landsknechttrommen dreunen, zij dreunen voor de strijd   http://www.youtube.com/watch?v=YgyCijmt84U

De lange dag is weer pass, o

De Leie loopt er langs', met spiegelingen

De lente drentelt door het land en deelt heur gaven uit

De lente fluit de winter uit, de zon geeft ons 'n kus!

De lente komt gesprongen

De lente komt, de lente komt, al

De lente komt, hoor hoe de vogels zingen in het groen

De lente komt, ik hoor de vogels zingen in het groen

De lente lacht en rinkelt

De lente loopt nu te fluiten en danst

De lente naakt, de lente naakt

De lente rolt de winter op, schoon Vlaanderland ontwaakt

De lentewinden waaien weer lauwe luchten aan

De lepelaar, de lepelaar heeft rooie

De lied'ren weerklinken van merels en vinken

De liefde baart dikwijls verdriet

De Liefde won zijn dartel hart, dat

De lieve mei groet lachend weer zijn schone Koninginne

De lieve zon is weer terug, sta op! Sta op!

De lucht is blauw, de hemel hel, wij

De lucht is blauw en groen het dal

De lucht is blauw, het dal is groen

De maaier zingt een zomerliedje

De machtigste koning van storm en van

De mei, de mei, de zonnige mei

De mei die ons de groente geeft doet

De mei is daar, de lieve mei. Wij

De mei is daar, de milde mei, Maria,

De mei is gekomen, nu tooit zich bos en gaard

De meimaand is de bloemenmaand, de mei viva!

De meimaand is in 't land lief kind

De mei plezant willen wij planten

De mei spruit uit, al de vogelkens

De meivis is gekomen, de Schelde

De mens bestaat, bezit de eerste handen

De mensen doen soms toch zo raar

De mensen hebben helden, en helden die gaan dood

De minne die in mijn hartje leit, die

De minnevreugd duurt maar een korte tijd

De minnezanger ter grenzen ging, waar

De moeder zat bij 't wiegje geknield,

De mol groef mijnen, kris en kras, alsof de tuin zijn eigen was

De mooie tijd is weerom daar

De morgen breekt aan, de morgen

De morgenster is opgerezen

De morgen zit vol zomerzon, het trekkersvolk

De muziek drijft de zorgen uit ons

De muzikanten spelen van tiereliere

Den aangenamen lentetijd komt ons weder

De nachtegaal die zank een lied, dat leerde ik

De nachtegaal die zong een lied

De nacht hing als een woud zo dicht

De nacht is uit, de merel fluit en de

De nacht is zwart als een andere nacht

De nacht ligt op de baren, de storm

De nacht verruist in lover

Den avond daalt in schemerblauw op 't

Den avond komt zo stil, zo stil, zo

Den dag en wil niet verborgen zijn,

De nevel ligt over het veld, de oogst

De nevels drijven door het dal, het

d' Engel boodschapt aan de Maagd Gods

De nieuwe lente lacht ons tegen, door

Den mei die is geplant in 't land, in

De noorderwind blaast, 't gaat

De Noordzee bruist de Noordzee stormt

De Noordzee bruist een lied dat

Den Vlaming zit de roerigheid

Den zondag staat op

De olieman van 't pleintje ging zijn radio verpanden

De ommegang loopt door de pinkstertijd

De orgelman, de orgelman

De orgelman, de orgelman, die loopt

De oude kleerkast open de blauwe kiel

De paashaas, de paashaas, die is weer

De paden op, de lanen in, vooruit

De pauw de danser in gemeten pas

De priester Gods is een alter Kristus

Des avonds als 't donkert in 't wilde woud

Des avonds als 't geheugen van blijde dagen droomt

Des avonds in den reine rein, des

Des avonds zingt het windje aan al

De schaduwen bevangen mij

De schoentjes gaan er met paren, en jammer de mensen ook

De school is uit, de deur is toe

Des hemels spiegel, mild en fris

Des morgens als de jachthoorn schalt

Des morgens als de zonne het nevel

Des morgens als de zonnestralen, al

Des morgens ligt nog alles te dromen

Des morgens vroeg als mij de klok

De sneeuw verzwindt, de mei begint,

De speelman komt voorbij en hij

De spin wiedewin, de spin

De starretjes blinken zo helder, mijn lieveken sluimer nu zacht

De ster, de ster moet ommegaan, wij

De ster, de ster moet rondomme gaan,

De sterren verschijnen eerst n voor

De stoet komt aan, de stoet komt aan,

De stoker en de machinist, die hebben

De stokoude wereld voorbij, fallera,  http://youtu.be/cBKeDycnR5k

De straten zij dreunen bij 't

De student is vrolijk man, juchheidi,  http://www.youtube.com/watch?v=3DpgBvjEwt0

De studenten, blijde venten, gaan

Des winters, als het regent, dan zijn de paadjes diep  http://www.youtube.com/watch?v=j1Pv_9ySnWw

Des zondags als de klokken 't begin

De tijd spoedt heen en bakent reeds de laan

De tijd van God, het grote eschaton

De trommel roept, wij treden aan

De trommel slaat, de fluite gaat,   http://youtu.be/7bFo6Ygs3yc

De trommeljongen gaat ons voren,

De trommeljongen moet weer heen, de

De trommels slaan, de troepen staan

De troubadours zijn in de stad, de troubadours

De uil die op ne meiboom zat

De uil die op de peerboom zat  http://www.youtube.com/watch?v=ZaLO0m77Mas

De vastenavond die komt aan, ho man ho

De vastenavond die komt aan, wij zingen ho man ho

De vastenavondzot, die geeft niet om

De vedel aan de zijde, het lied in ziel en mond

De vendels staan strak in de morgen,

De vendels staan trots en verbeten,  http://youtu.be/1KYzSC8x8ZU

De vierkleur van ons dierbaar land,

De visles in het water, de koeien in

De visser moet naar IJsland, en 't is onstuimig weer

De Vlaamsche zonen zingen vrij

De Vlaamse Maagd voelt 't harte

De vlaggen van Groeninge staan in ons hart

De Vlaming spreekt een fiere taal

De vlammen wiegen zacht in zilv'ren

De vlokkige sneeuw viel blank en koud

De vogel die naar 't zuiden trekt

De vogels drinken water, maar was het eens wat wijn

De vogels konden vrolijk en blij de mei

De vogels zijn heen en de velden zijn

De vreemd'ling heeft gezworen, nog

De vriezeman kwam van den nacht

De vrijheidszwaarden vroom gewijd,

De waggelmannetjes lopen nooit netjes

De weelderigste korenaar hangt naar

De weg ten eind, ligt in de laatste stad

De wereld heeft de vreugd gedood

De wereld is een toverbal, geen mens

De wijzen, de wijzen, die gingen

De wind ruist door de bomen van mijn

De wind waait door de bomen, de

De winter is verdwenen, april is

De winter is vergangen en gaandeweg voorbij

De winter is verganghen, ick sie des meien schijn

De winter is verre geslonken, de vriezeman vaarde voorbij

De winter is voorbij, de lentewind waait

De winter is weg en de lente

De winters als het regent dan zijn de

De witte vlokken zweven door een in

De zak op de rug en de stok in de

De zang die is voor alles goed, dus

Deze aarde is schoon, deze aarde is

De zee is diep, de zee is wijd, doch

De zee is stil gelijk een graf,

De zeeman van de oude tijd, met mast

Deze vuist op deze vuist

De zoete tijd komt aan, laat ons gaan

De zoete tyden van het meysaizoen

De zomer is voorbijgegaan tot later'

De zomer, de zomer, de zomer is

De zon alreed' is opgestaan, de Here

De zon beschijnt mijn lieveken, het haar is louter goud

De zon die schijnt zo warm en blij, de straat is vol geluid

De zon ging moe ter ruste in 't

De zon is opgestaan en de dauw

De zonne alrede is opgestaan

De zonne gaat op, de zonne gaat neer

De zonne koestert de bloemekens

De zonne lacht, het klokje luidt, sa

De zonne reikt naar hoge tijd, neem Freya's ring

De zonne schijnt zo hel en klaar, de

De zon staat op den weiderand in

De zon zit op haar hoge wagen, de brem nu als een fakkel brandt

De Zoon, die voor de eeuwen

Didele didele dom, beslag in de kom

Die aandklokke lui in die verte, in

Die berge, blomme, bome, die

Die edele heer van Brunenswijc, die

Die eerste vreugd die ik gewan, doet

Die goede mannen van weleer zij waren vroeg en laat te been!

Die goede oude tijd ging met veel schoons getooid

Die Hoogland is ons woning, die land

Die mei plezant willen wij planten

Die mei spruut uut den dorren hout

Die mens bewerk die lande, hy ploeg

Die Monument is welbekend in allerlei

Die nachtegaal die zank een lied, dat

Die nachtegaal in 't wilde, Princesse amoureus

Die noodklok roep met luider klem

Dientje, als ik in de rij, door de straat marcheer

Die onze jeugd verblijdt

Die purper van purpere lugte

Die rechtens God gelijk

Die rimpels in haar oud gezicht, ze

Die soudaen had een dochterkijn

Dietse vendels breken baan, VNJ marsjeert vooraan  http://youtu.be/hT87C366FoA

Dieuwer is verliefd, te met op zukken

Die vogelkens in der muiten, zij

Die vroeg zijn aangeworven

Die wachten, die wikken en wegen,  http://youtu.be/gUfqyxMYEyE

Die winter is een onweerd gast

Die winter is verganghen, ic sie des meien schijn  http://www.youtube.com/watch?v=n83cXvwBSiQ

Die zwane zingt, wanneer haar dwingt die dood

Dij, dij ligt mij in 't herte

Dikke dakke dikke do

Dindindin dy kwam van Brugge, met syn

Ding, dong, digidigidong

Diogenes de wijze man, die woonde in

Dit ganse jaar klinkt n parool, doe

Dit huis gereinigd en versierd

Dit is de dag die de Heer gemaakt

Dit is de dag van de Heer

Dit is de laan in avondrood

Dit is de mei, dit is ons levensdroom

Dit is de tijd dat de horens manen

Dit is de tijd dat van land tot land,

Dit is die Heer se dag, dit is die

Dit is die maand Oktober ! Die

Dit is een lied voor de mensen die zorgen

Dit is het volk der beide Breughels

Dit lied gaat over Jezus

Dit samenzijn

Dit samenzijn rondom de Heer

Do, do, kindje van de minne, slaap en doe uw oogjes toe!

Do, do, dijne, Mieken, wat bloost er

Dodosolamifaso, al deze noten, die

Doe die rose van Jericho dan soon der

Doedel, doedel, doedeljoe

Doe, doe, doederidoe, broertje is zo moe

Doedoe kindje doedoe, mm, die

Doemla, doemla, doemla di

Doep doep doep

Dof grolt de grauwe zee heure klacht

Dogter van Sion, breek nou uit, juig

Domdiridom, doen de klokken van de

Dona nobis pacem, pacem

Donker venster, vreugdegenster

Donkerbruin fonk'lend haar laggende

Donkere nevels woelen de luchten

Donkere wolken en een zwarte lucht

Dood ging eens een raspaard, hoju,

Dood is wie laffe leeft in

Doog dat wij U groeten, Moeder van de

D' Oogst is rijp, het veld is geel

Door de bomen danst de lentewind

Door de bossen door de heide, door

Door de golven woest gewoel,  http://youtu.be/hpHlYJkK5Q0

Door de gouden dreef der dromen

Door de kamer vloog een vlieg,

Door de liefde wilt ontwaken

Door de liefde wilt ontwekken, spoedt u herders

Door de Nederlanden, naar de wijde, diepe zee  http://www.youtube.com/watch?v=NUEArmDErj4

Door de stille lentenacht klinken liefdeszangen

Door de straten, lijk de storme

Door de vlakten van het leven

Door de wereld gaat een woord en het

Door eenzelfde wet eens verbonden, in

Door gif en giertij aangevreten

Door heel den omtrek melden de

Door mijn woning speelt een zonnig licht  http://www.youtube.com/watch?v=zOhBnAw0yEE

Door Vlaanderens gouwen zingt ridders

Door zovele lieve kleinen, wordt Gij

Doorgaan! Doorgaan! Niet versagen!

Doorheen het land van Waas, waar zich

Dorpke in de morgen, dorpke van weleer

Dorus was een man van vijftig jaren

Douw douw, mijn liefste kindje, mijn

Draai het wielken nog eens om, klap eens

Draai het wieltje nog eens om, klap eens

Dreune 't lied der kloeke zonen, die

Drie dwaze heksen

Drie ganzen in 't haverstro, zitten daar en snat'ren zo

Driegouwenland verscholen onder

Drie herderkens gingen hoeden en zij stonden op het veld

Drie hogen begroeten de geboorte van 't licht

Drie kameraden op pad

Drie kleine katjes

Drie kleine kleutertjes zaten op een

Drie koningen, drie koningen, die stapten langs de baan

Drie koningen groot van macht

Drie koningen kwamen van verre, zij

Drie koningen rijk en groot van macht

Drie koningen, drie koningen, geeft

Drie lelin, drie lelin, die plant'

Driemaal Ridder in uw leven: door den

Drie rozen waren grauw bepareld van de dauw

Drie ruiters reden naar de poort,

Drie schuintamboers, die kwamen uit het Oosten

Drij koningen rijk en groot van macht

Drink ik e' pintje, 'k drink lijk e' zwijntje

Drink uit dan, broeder, drink, drink

Droef door Nams donkre poort daalt

Droefheid dragen, vreugde schragen

Drom, drom, drom, drom, de jonge scharen komen,

Droppen, droppen, kloppen, kloppen, dansmuziek ik hoor

D'r was eens een groen mannetje, dat

Dubbele Jan die ziede nie meer op de kermis staan

Du bist dijn moeders engeltje, maar slaap nu

Duimeloot is in 't water gevallen

Terug naar begin

E

Echo zeg eens vriendje lief, wilt gij

Edel leven, opwaarts streven

Edelvrouwe van de minzaamheid,

Eekhoorn, eekhoorn, met ja lange

Een aapje liep door bos en struiken,

Een alre lieffelicken een, dat heb ic

Een avond langs de Brugse reien

Een beetje warmte, een weinig licht

Een bi'n annern Hand in Hand

Een Blauwvoet in hogere luchten, Gij

Een blijde kreet stijgt uit ons drom,

Een blije dag straalt ons weer toe,

Een bloemke voor de ruit, een vogel

Een blozend blond boerinneke was naar

Een boerke ging eens naar de stee,

Een boerke uit de Kempen is pover als de hei, jochei!

Een boerke uit het Vlaamse land

Een broek heeft twee pijpen

Een bruine muts, soms krullend haar,

Een Burchtknaap bij zijn Chirovlag,

Een deeltje van de keten dat ben jij

Een druppeltje drup in de dorste

Een duitjen en een stuiver

Een Duits soldaat heel sterk en kloek

Een eikenboom ken ik

Een en drie en zeven, gaat Jantjes paard

En en n is meestal twee, jan, pet,

Een engel komt van al zo hoog, eia

Een ezel balkte noten na: re re do si

Een fijfer klinkt hel in de morgen,

Een glazenmaker had bij 't werk veel

Een goede nacht en goede dag

Een grimmige wolf doorliep het land,

Een groevig oudje toog naar

Een grote dikke vlo sprong een

Een grote stieros uit Spanos

Een handvol licht, een mondvol lied

Een hond, een kat, een haantje, die trokken blij van zin

Een huis, ene kat en een stove, hoe

Een huisheer had zijn feest bereid

Een hutje in het duingewest

Eenieder heeft zijn eigen land, daar

Een is ene, enen God allene, enen

Een is het land waar wij zijn geboren

Een jager door de bossen ging, loop

Een jager langs de vijver ging, loop

Een jager rende de slotpoort uit,

Een jager rijdt door 't land

Een jager uit Kurpfalz, die rent al

Een jager wou gaan vissen in de zee

Een jager wou uit jagen gaan, hij had

Een jeugd groeit heden, zij heeft

Een jongeheertje ging uit jagen op

Een jongeling was 's morgens vroeg opgestaan

Een jongen en een meisje, een vrouwtje en een man

Een jongen hoort op het water thuis!

Een jongen van Holland, van echt

Een Jongknaap houdt van leut en lach

Een jongverkenner van B.P. dat is

Een kalemanden rok, een wit mantlijntjen d'rop

Een kamer in den zonneschijn

Een karretje langs den zandweg reed

Een kerel die te Leuven landt

Een kind, een kind, een Koningskind

Een kind en een kind en een kleyne

Een kind geboren in Bethlehem

Een kind is ons geboren, zo lang

Een kind, en een kind, en een kleynekind

Een kindekijn is ons geboren in Bethlehem

Een kindekijn werd ons heden geboren

Een kleine hond zat op de stoep

Een kleremaker met een muis, die

Een kleurpalet van bos en hei, met

Een knaapje stond bedrukt te zien

Een koekoek en een ezel, die gingen eens in strijd

Een koekoek in een boomgaard zat

Een koetje en een kalfje die liepen

Een koning gaf, met groot vertoon

Een laag gezeten huizeke

Een lach die straalt, een daad die

Een leven vol strijd tot alles bereid

Een lied, een lied uw leven lang! Och

Een liedeke zingen, wie die het niet

Een liedje zingen, wie die het niet

Een liedje moet er wezen

Een lijster in zijn leefmilieu

Een maal een is een en drie maal drie

Een man een man, een woord een woord,

En man, n man, n woord

Een meideke flink langs de lange baan

Een meisje dat van Scheveningen kwam

Een meisje ging naar de kermis, een

Een mens te zijn op aarde

Een mezennestje is uitgebroken

Een mooier deuntje, leuker lied, dan

Een morgen van melk en genade

Een muggenbeet, een muggenbeet

Een muzikant wou vrolijk zijn

Een Nederlandse Amerikaan die zie

Een nieuw geslacht en een frisser

Een oud pastoor die had een koe, had

Een pater had een aardig sijsje, dat praatte

Een pater zong zo menig lied, de God

En pintje twee pintjes drie pintjes

Een ridder reed te velde, aan 't harte zijn blazoen

Een ruiter die reed van Maastricht naar Gent

Een schamel boerke uit de Kempen kwam

Een scheepje in de haven landt

Een scheepje lei al aan de kust

Een schone tijd houdt ons harte

Een seraphinse tonge mij nu wel dient voorwaar

Eens heersten wij over de zeen, we

Eens klonk uit het land van de Kerels

Eens komt de grote zomer

Een slotenmaker had een knecht, niet

Een smeder die zwaaide met

Een smekeling

Een smidje in zijn smisse, die zong de hele dag

Eens naderde ons van Frankrijks grens

Een soldaat van Napoleon de Grote was het leger grondig beu

Een spett'rend spel en een laaiend vuur

Een stad kan zacht zijn als het jaargetijde

Een student is een vent met een pijp

Een stuk van liefde moet ik u

Eens vielen de wallen der steden,

Eens was een volk, een vechtersvolk,

Eens, tussen Doel en Dendermonde

Een tak wordt muur

Een takske van de palm gebroken,

Een teug, een gulle teug gedronken

Een trommelaar met rode mond in 't

Een twee drie, mandje op de knie,

Een, twee, drie, vier, een hoedje, een hoedje

En twee drie vier, en .. die is hier

Een twee drie vier, en Hannes die is

Een twee drie vier vijf zes zeven

Een twee drij, 't vinkje zingt zo blij

Een vijand werpt bedreigend zijn

Een vogel die vloog er door boom en

Een vogeltje met felle longen

Een volk dat wil tesamen staan, kent

Een vreemde arme snuiter, was moede van het wand'len  http://youtu.be/Og-xhZfXv3Q

Een vriend'lijk aardig vogelijn zong

Een vrije vogel ben ik en zing

Een vrouwken gezwind te spinnen zat

Een waar kajotter is steeds blij

Een ware kajotster wil ik zijn

Een wijf had een kabaas, een wijf had

En wil ik zingen ! Groen, groen

Een zaaier ging en wierp zijn graan

Een zandweg snijdt door jonge hei, op

Een zoen die men ongeweten eens

Een zoen die moet afgebedeld, waar

Een zomeravond ging heel zachtjes

En, n, n is n, ene God alleen,

Een, twee, drie, vier, hoedje van,

Eenzaam door de hete Sahara

Eere zij God, eere zij God, in den

Eer mijn oog de spijkertekens en de

Eerste hemelblommekens zoet

Eerst gedaan en dan bedacht, heeft

Eerst wordt de wijn gedronken, o

Eerst zo wit als vlas, dan zo groen als gras

Eert God

Eertijds toen de vrije Vlamen, op de dag der Kerelsmaal

Ei, de witte herfstman zit in veld en

Eigen jeugd heeft hij gesmeed tot

Ei, weet ge wie mijn liefken is? Het is een mooie deerne

Ei, wie moppert er in 't eigen, kleine land

Ei wilder dan wild wie zal mij temmen

Ei zie de morgen krieken

Elk speeltuig klinkt op eigen toon,

Elke milde gave glijdt zachtjes uit

Elke morgen de klaroenen, schallen

Elke morgen lig je lekker

Elke morgen opgelet

Elsje Fiderelsje, zet je klopjes bij

Elsje zit te breien aan een lange kous

En aan de wilde Schelde daar rijst de

En als de boer twee blokskens heeft,

En als de boer zijn klompen heeft dan

En als de kerels tegaren zijn, doede

En als een boer een broekske heeft

En als er ons kindeke braaf zal zijn

En als ik wil gaan huishou'n, dan

En als wij marcheren, dan klinkt er een kreet

En als wij naar de hemel gaan genever

En daar viel een hemels dauwke al op

En daar waren twee gezusters

En daar was herders te Betlehem in

En daar was er een jager uit jagen gegaan

En daar zat enen uil en spon willewon

En de boer heeft goed gezaaid, en wij

En de boom stond op de bergen, hali

En de Jef van de Capucienen, en de

En de kop van de kat is jarig en de

En dit is de historie van een oude

En n en n is twee, en n en n

En er was eens een jager uit jagen gegaan

En er was eens een vrouw die koeken

En hebt ge nog niet de Kajotsters

En hebt ge nog niet de kajotters

En Hem volgde een grote schaar van

En het morgengloren dat is onze tijd,

En het ochtendgloren dat is onze tijd

En ik ben met mijn Catootje naar de

En ik ben met mijn Katootje naar de Rozenstraat

En ik heb een klak op van Jaho

En ik heb een mooie tante

En ik zal je wat vertellen

En in de Mei, zo gaan wij zoeken

En kent ge mijnheer Janssens mijnheer

En kent gij de Chiro zaagt gij ze nog

En laat de zon maar branden, laat stuiven 't scherpe zand

En laat nu eens rondgaan, rondgaan,

En laat ons nog eens rondgaan,

En mevrouw van Rozendaal die had vier jujujutjes

En mijn n been staat en mijn ander

En mocht ik maar twee zielen

En moet nu toch vaarwel gezegd, en

En nou vaarwel ou vrind vaarwel, dit

En onze Lieve Vrouwe der Koude Bronne

En over de weide daar blonk de zon,

En rood is onz' vlagge

En 's avonds, en 's avonds, en 's avonds is het goed

En steeds spelen wij mee

En toen ze in de gaarde kwamen

En vraag mij niet, mijn jonge vriend

En wie rijdt daar op zijn paard

En wie zijn biertje brouwen wil,

En zaaien en maaien zullen wij,

En zo rijden wij te paard, op een ezel

Epompee, poedernee, poedernaska

Er brandt een vuur in het bos

Er dreunt een lied van 't Vlaamse Diet

Er dreven zeven witte zwanen op een meer

Ere zij God in den hoge

Ere zij God in den hoge, vrede op

Ergens op de heide maar zo stil en schuw

Er gingen langs zonnige wegen

Er groeien idealen, de jeugd staat

Er is een 1 2 3 4 5 6 7-ling geboren

Er is een bloem ontloken

Er is een kindetje geboren op d'aard,

Er is een kinneken geboren op strooi

Er is een lied aan de vreugde

Er is een man helaas te vroeg

Er is een ras, vol zorg voor eigen

Er is een roos ontsprongen aan Davids

Er is een roos ontsprongen uit eed'le worteltronk

Er is een roos ontsprongen, uit enen wortelstam

Er is een schamel, schamel landje

Er is geen mooier wijder land dan dit

Er is geen mooi seizoen om in te sterven

Er is mij hier op aard niets zo

Er is veel van wat ik niet wist

Er kwam een kleine kindeke

Er kwam een man van Tsjing, Tsjoeng, Tsjang

Er kwam een wonder kindje van uit een

Er kwamen drie koningen met ene ster

Er lag een dromedaris in een

Er leeft een volk in kalme rust

Er liep eens een schachtje door

Er liggen bolletjes in de grond

Er lokt een lied uit bos en heide,

Er rijst in de morgen een vlag aan de

Er schommelt een wiegjen in 't

Er staan drie berken op de heide

Er staan zovele kruisjes in Vlaamse

Er staat een linde in mijn hof, ach God

Er stond een bank onder de linde op het erf van opa Jan

Er stond een keer een stil kasteel

Er stond eens een beuk in een

Er stond voor enkele jaren een hutje

Er straalt een lustig zonnetje in 't zilverklare bronnetje

Er trokken drie knapen langshenen

Er vloeide eens een frisse beek

Er waren drie studentjes, van dingela

Er was een huisje wit en glad, dat

Er was een kleine jongen, steeds zat hij waar hij zat

Er was een maegdetje zuiver en net in

Er was een oorlogsschip, er was een oorlogsschip

Er was eens een advokaat, tirelirelir

Er was eens een jongetje dat schommeld' in de wind

Er was eens een koning en een

Er was eens een luie boer

Er was eens een man, er was eens een

Er was eens een minstreel die Balthazar heette

Er was eens een tinnen soldaatje, dat

Er was eens 'n boer naar de peerdemarkt gegaan

Er was een tijd dat wij elkaar nog niet kenden

Er was er eens een oude Rus

Er was geen woning in het verre dal

Er woonden twee kleine konijntjes

Er wordt verteld, dat Adam zich

Er zat een aapje op een stokje achter

Er zat een kieken op het spoor en de

Er zat een kikker in de sloot, how

Er zaten zes kippen in een oud

Er zaten zeven kikkertjes al in een

Er zaten zeven kippen in een oud

Er zeilt een schip naar volle zee

Er zijn dagen in dit leven dat wel alles tegenvalt

Er zijn kabouters overal die fier en

Er zingt mij soms in 't oude hart een

Er zouden vier wevers ter botermarkt

Er zwom een garnaal door het

Eune bedeune dediene, tjoeke, tjoeke

Europa door werd het bekend

Europa groeit naar eenheid, de

Evenals een moede hinde

Terug naar begin

F

Falalalala

Februari is nooit zo goed of het

Feestelijker eenzaam trokken de volken

Ferme jongens, stoere knapen, foei!

Fiere brouwers van den lande, ziet

Fiere Maagd van Aveland die de Dietse

Fietsie foetsie is mijn fietsie, ai

Fifalderi, fifaldera, onze poes heeft poesjes gekregen

Flapp'rend slaat de vlag in top,

Flieh, flieh flah, flieh flah flo

Flink de voeten van den grond! Danst

Flink en knap staat de Knapenschap

Fluister, fluister in het duister

Fluitjie blaas, kom staan in die tou,

Fonteine, moeder, maghet reine, Bloem der genade

Franse ratten, rolt uw matten, wilt naar huis toe keren

Franshoekvallei is enig, die mooiste

Fredrick Hendrick van Nassau, prince

Freya zegen onze liefde, in dees

Freya, Freya, Freya zegen elke morgen

Fries bloed stuif op, wil nu eens bruisen

Frijsk bloed, tsoch op, wol nou ris bruwze

Fris als de morgen zijn kracht bewust

Fris elke morgen de vlag in top, blij

Fris in de wind wappert onze vlag,

Frisia non cantat, wie dat zegt die

Terug naar begin

G

Gaan wandelen dat staat ons aan

Ga nu zitten mijn Rosa, ga nu zitten

Gaat het tegen wind mijn vriend, mijn

Gaat mee, alwaar de vlagge gaat en

Gaat naar de Heer met vreugde

Gatatumba

Ge hebt me, o moeder, 't verlangen

Geboren is een Kindje klein, alleluja

Gedenken wij dankbaar

Gedenk het blijde dennenwoud dat om

Gedreven door grootse dromen, wie

Geef dat ding eens door

Geef me vleugels als een vrije vogel

Geef mij een lach, geef mij wat

Geef vrede, Heer

Geef wat om de rommelpot, 't is zo

Geeft den Heiland lof en eer, prijst

Geeft wat om de rommelpot, 't is zo goed

Geen ander lied dat mij zo diep

Geen avondwind en ruist zo zoet, in

Geen blijder stonde leven

Geen bron weerspieg'lend 't

Geen enk'le avond ben ik thuis,

Geen ijd'le traan past' ooit de man,

Geen koeltje doorluwt het zwijgende woud

Geen kruim of korstje verkwisten

Geen land ook ter wereld hoe schoon of hoe rijk  http://www.youtube.com/watch?v=fwxPdzoJZPk

Geen liefde kan mij zoeter zijn

Geen regen kan ons deren, geen stormen

Geen ring om zijn poot, geen ring in zijn neus

Geen roekeloze wagers, stil volk dat zich beraadt  http://www.youtube.com/watch?v=AuSU1fc0C5U

Geen schoner land in deze tijd

Geen vorstin heeft onderdanen, aan

Geen wind geen storm blaast mij omver

Geen zoeter stem zong ooit een zoeter lied

Gegroet, gij schone mei, vind ik u eindlijk weer

Gegroet in 't onvergank'lijk licht

Gegroet, o banier, o rode banier

Gegroet, o lieve lente

Gegroet, o schone gildevaan, gegroet,

Gejaagd loop ik soms door de stad

Gekwetst ben ik van binnen, doorwond mijn hart

Gekwetst en moe geleden

Geldeloos, je doet me pijn

Geliefde mijn, de vogels zingen

Gelijk de meeuwen rust'loos spoeden,

Gelijk een daske zijt ge dik

Gelijk een nukkig kind bijna zo

Geloofd ons edel werk, dat grenzen kent noch perk!

Gelovet zijtstu Jesu Christ, dat du

Geluidloos grendel ik de woonark

Geluidloos, geluidloos

Gelukkig is het land dat God de Heer beschermt

Gelukkig wie een goede moeder hoort bidden

Generolmus zong een liefdeliedje zeer fijn

Geniet van de lente, geniet van de

Geplant in vaste Vrystaatsaarde, hoog

Gestaald, gesterkt door harde strijd,

Gestorven graan

Geurend, blozend bloeit gij

Gezegend zijn mijn liefs bruin ogen

Gezegend zijt Gij, Lieve Vrouwe op

Ge ziet, ik kwam tot u gesneld, na zoveel lange dagen

Ghele bloemkens spruiten op de heiden

Ghequetst ben ic van binnen, duerwont min hert so seer

Ghi die Jesus wijngaert plant,

Ghi rudders, dwinghers, maect u van

Gierende Gerrit uit berreg en dal

Gij, der steden uitverkoren, wonder

Gij die der sterren

Gij dienaars aan de Heer gewijd

Gij frisse lelie op het veld, met uwe

Gij gaat waar u de hemel roept, en zweert

Gij, gildelieden, volgt de vane

Gij hadt de kaarsen als een kind

Gij hebt ons toegesproken

Gij kent mijn dood al, God

Gij komt tot ons

Gij leeuwrik en gij nachtegaal! Al

Gij mocht hem eind'lijk dan zien rijzen

Gij moogt niet met de vinger dreigen,

Gij ogenvreugd en vriend van Hem

Gij riept ons Heer in het licht van

Gij roept ons allen op

Gij schittrende kleuren van

Gij, Sions volk, beklim de bergen!

Gij trouwe kunst, in zoveel donkere dagen

Gij vloodt dus heen naar 't killig

Gij weet dat ik een trompetterke ben,

Gij zegt dat 't Vlaams te niet zal gaan

Gij ziet voor u, God onzer vadren

Gij zijt de Heilige Heer

Gij zijt de valkenier die jaagt op

Gij zijt een God van vreugde

Gij zijt een God van vuur

Gij zijt er zo lief en aanminnig, uw

Gij zijt geborgen in Gods' lommer

Gij zijt, gij, even twintig

Gij zijt het doel, gij zijt de baan;

Gij zijt het hemels brood

Gij zijt het zaad in onze grond, het

Gij zijt in glans verschenen

Gij zijt voorbijgegaan, een steekvlam in de nacht

Gij zijt van ons, Lutgard, gelijk geen tweede

Gij zomer, mijn zomer, gij lichtende schijn

Gildebroeders, maakt plezieren

Gille Gillegouwtje, beste vrouwtje

Ginds in het laantje, beschijnt het maantje

Glanzende spaden, stalen gelid,  http://youtu.be/Qzk1LmjkfSk

G'lijck den grooten rapsack vloot den

Glijck den grootsten rapsack, vloot

Glorieuze violette, koningin van hemelrijk

God die in het begin

God die ons heeft voorzien

God gaf het ons, God nam het ons,

God geeft aan ieder vogel het voedsel

God geeft den tijd bij dag en jaar

God groet u, zuiver bloeme, Maria

God heeft gesproken

God heeft het eerste woord

God is die goed is, woorden van

God is in ons midden, vrienden

God is mijn herder

God is mijn lied, Hij is de God der krachten

God is mijn toevlucht

God miek de Noordzee wild en groot,

God, onze Heer, Gij zijt de Heer der

Gods genade is verschenen

God sprak tot Abraham: Verlaat uw

God sy dank, ons land is vry, klink

God zeegn' u, groen, God zeegn' u

God zij geloofd om Kanan

Goed heil, goed heil, ons taak

Goed Nieuwjaar is wat wij allen

Goede God, wij zeggen dank al te saam

Goede lieden, wilt mij aanhoren,

Goede maan, ge schijnt er zo stille

Goede middag mensen allemaal

Goede morgen, goede morgen mijn

Goede morgen, goede morgen, goede

Goede nacht! Onze dagtaak is

Goede nacht, de dag is heen, de aarde slaapt

Goede nacht, de dag is heen, vaart

Goede nacht, goede nacht, is het

Goede nacht, goede nacht, weer is

Goede nacht, kameraden, gedenkt

Goede nacht, kameraden, wij sluiten

Goede nacht, mijn vaandel goede nacht  http://youtu.be/MJkPoyDZ2HE

Goede nacht, onze dagtaak is

Goeden avond speelman, mijn vader

Goeden avond, goeden avond, allemaal

Goedenavond, goedenavond, gij

Goedendag ! Klinkt eer- en vriendlijk

Goeden morgen samen! O wat

Goeie morgen, goeie morgen,

Goeiemorgen Mien, goeiemorgen Trien

Goeienag ! Die vermoeides kom tot rus

Go morgen! Go morgen!

Goenacht, slaap gerust, nog onbewust

Gon avond, klein Bietje, gon avond, mijn meid

Goochel maar eens met mij mee

Gooi nu de laatste touwen los, wij

Goud en silwer het ek lief, met hul

Gouden meizon straalt over d'aarde,

Grauw is de nacht, zwart is de Wacht

Grauwe smart, stalen hart

Grauwtje de ezel die stond al in de

Griet mijn schat, zeg weet je wat?

Grijze donderwolken drijven, over schuimend woeste zee

Grijze kolonnen trekken in de morgen

Groen, groen grasje, mellek in mijn kasje

Groen is de mei, met allerlei

Groen is 't gras, groen is 't gras

Groeninge, Groeninge, Vlaand'rens

Groeningeveld, waar zijn de dagen

Groet nu de vlag, in den morgenwind

Groet onze vaan, die klimt in de

Groot is het volk en het volk vergaat

Grootmagtige, grootmagtige, U loof

Grootmoedertje, grootmoedertje

Grootmoe, wat zal je me geven

Groot soldaatje, klein soldaatje

Grote Baas, als gij mij roept dan zal ik komen

Grote klokken lopen tik tak, tik tak

Grote klokken zeggen tik tak, tik tak

'G waois zo'n goei vier joer aad,

Terug naar begin

Ha, ha, ha, de winter is weer daar !

Haantje de voorste schudt zijn kop

Haar baar snaar, de winter is weer

Hagen en sneeuw, onweer, wind en

Haha.. dat jonge zingen doet den mens

Hahaha, hoort de echo galmt ons

Hahaha, onze jubel roept de echo ons terug

Hakkelentak loopt in m'n voeten

Hallali, hallali, hallo, hallo

Halleluja, de blijde toon, halleluja

Halleluja, halleluja, amen, amen

Halleluja, halleluja, zo klonk het

Hallelujah, hallelujah,

Hallo, hallo nu zijt allen welgekomen

Hallo, hallo, hallo, hallo, wij komen

Hallo, hallo, hallo, hoe gaat het er

Hallo, hallo, hoe gaat het er mee,

Hallo, hallo, wij komen u groeten,

Hand in hand, de dikke koontjes blozend als een rijpe kriek

Hand in hand gaan wij ter feeste, Lijntje

Hand in hand zo willen wij strijden

Handjes draaien, koekenbakken vlaaien

Hangt een truisch hem over

Hani koeni, ha ha hoe ha ni

Hanneken moet slapen, vader hoedt de schapen

Hannes loopt op klompen, zimpe,

Hansel en Gretel, twee lustige lui

Hansje heeft een jasje aan en dat is hem te klein

Hansje pansje kevertje die klom eens

Harbouya die is zo krank, Harbouya

Hariop, hariop, hariop, hariop, wij

Hariop, hariop, wij marcheren kranig

Harop ! Kajotters onvervaard

Harop 't is Mei, de lente tiegt in

Harop voor Christus Koning, Hij

Harop, gij Rooms, gij Vlaams

Harop, harop, in 't Oosten dreigt

Harop, harop, verhef nu Vlaming fier

Harop, kajotters onvervaard, de jonge

Harop, voor Christus Koning, Hij

Harop, zo zingen w'ons ten strijde,

H daar, is er niemand thuis, honger

H daar, is er niemand thuis, woont

H daar, is er niemand thuis?

Hefft lacht un sprungen, danst un sungen

He hop, Pipo Pipo die ging nu eens

H kom aan en zit bij ons aan, eet

He, ho, span de wagen aan, want de

Heb je al gehoord van de zeven, de zeven

Heb je ooit Chinees gegeten

Heb je van de Zilveren Vloot wel gehoord  http://www.youtube.com/watch?v=jmtnjmhdW38

Heb je wel gehoord van de zeven, de

Heb je wel gehoord van de Zilveren

Heb je wel gehoord van het beertje

Hebt dank, hebt dank, voor spijs en

Hebt gij de vreugdekreet gehoord der

Hebt gij niet eenmaal over 't wiegje

Hebt gij niet gezien een ventje

Hedde niet gehoord van de zeven, de

Heden een in zang en spel, morgen is

Heden houdt het dwergenvolkje

Heden syn wi noch int lant, morghen

Heeft het roosje milde geuren, het

Heel alleen aan 't tafelke eet ons kindje een wafelke

Heel alleen op z'n paard

Heel heel langzaam gaat de slak

Heer, bly U by ons, dit is al amper

Heer, dank u voor uw goedheid

Heer, de nacht is gezonken, 't jonge

Heer der gerechtigheid, Gij die de

Heer, dicht bij U wil ik waken

Heer, die uw tent in de hemelen

Heer God wij willen vragen

Heer Halewyn zong een liedekyn

Heer heb dank voor spijs en drank

Heer, Heer neem het aan

Heer, herinner U de namen

Heer, hoe zijt gij gekomen

Heer, ik ben onwaardig

Heer in uwe name gaan wij 't zeil in zee

Heer Jezus bracht zijn vrienden naar

Heer Jezus heeft een hofken daer schoon bloemen staen

Heer Jezus heeft een hofken waar schoon bloemen staan

Heer Jezus is gezeten als Vorst

Heer Jezus kom en hoor onze bede en

Heer Jezus, Koning en gezalfde

Heer, laat het prinsenvolk der oude Nederlanden  http://youtu.be/Hta2vFrQ0Tw

Heer, laat mij voor Uw altaar komen

Heerlijke terwe, siersel der aarde

Heerlijk land, ik heb u lief, om de

Heerlijk landje mijner dromen, land

Heerlijk zijn uw wonderwerken

Heer, mijn ziel is ziek en zuchtig

Heer, mocht u behagen deze kleine woon

Heer onze Heer

Heer, onze Heer, hoe machtig

Heersen moet Hij, Kristus Koning,

Heer Schimmelpenninck weet

Heer, wees gij het doel

Heer, wij roepen

Heer, wij vergeven aan elkaar

Heer, zegen ons dierbaar vaderland,

Hef op jullie hoofde, poorte der

Heft aan, heft aan, studentenvolk, en

Heft, Burgers, 't lied der vrijheid

Hei kade wiede wade wiede wanne nefanne

Hei, laat ons dansen, speelt de vedel

Heilig

Heilig, heilig, nog eens heilig, driemaal heilig

Heilig vaderland in gevaren ziet g'uw

Heil 't Vaderland, heil 't Vaderland,

Heil Vlaanderen, 't dierbaar

Hei makkers ruimt de brede baan, en

Heimelijk roert het in mijn ziele,

Heimwee doet ons hart verlangen

Heio, span de wagen aan!   http://youtu.be/V8WCnoRZri8

Heksen op hun bezemsteel

Hela gij bloempjes slaapt gij nog

Hela gij bloempjes, slaapt gij nu nog

H, lekker in de buitenlucht, wat

Hele zomernachten lang, horen wij de

Hel is de liefde die licht in mij!

Help God, hoe wee doet scheiden

Helpt nu u zelf, zo helpt u God, uit der tyrannen band

Hemel en aarde kunnen vergaan

Hemel en aarde zullen vergaan, vrolijke musici

Hem zij dank gewijd door zijn Vlaanderen gansch

Herdenkt nu de strijd onzer boeren,

Herderkens die daar zo lief'lijk

Herderkens van buiten met trommels en met fluiten

Herderkens, herderkens die er zo vroo

Herders brengt melk en soetigheyd, de

Herders laat uw bokjes en uw schapen

Herders, herders, laat achter je

Herders, hij is geboren, in 't midden van de nacht

Herders, Hij is geboren in 't midden

Herders, Hij is geboren te midden van

Here God van hemelrijken, Here God mijn toeverlaat.

Here, kere van ons af Uw vertorend

Herfst herfst herfst is weer gekomen

Herodes deed het kind vervolgen, dat

Hert, mijn hert, waarom zo treuren

Hertog Alva, Hertog Alva rukt op naar

Het Angelus klept in de verte

Het antwoord mijn vriend

Het avondklokje klepelt zacht

Het avondt uit al de wolken

Het beste staat niet geschreven

Het bierken in de ton geperst

Het bos verwacht het wonder

Het brandend pijpken zendt zijn

Het breed gebruis der baren, bracht

Het brood, het goede brood

Het daget, het daget, de zonne, de zonne

Het daghet in den Oosten, het lichtet overal

Het Deezeke schuddelt zijn beddeken uit

Het eerste trommelke dat ik vroeg, Ramplam!

Het eerste woord zal vrede zijn

Het egeltje zoekt naar een plek om te

Het geigeken begint, het jubelt en

Het gras was groen en je lachte naar

Het is een dag der vrolijkheid in des

Het is een overoud vertelsel

Het is er zoo stil in de hei, zoo

Hiet is niet waar dat ergens anders de bergen hoger

Het is slechts langs de rechte baan,

Het is zo goed bij U te zijn o Jesu

Het kindje Jezus is geboren te

Het kindje slaapt, het kindje rust

Het kleine lieve kleuterken lag

Het klinkt e kle kle klokske te nacht

Het klokkenspel van Amsterdam zegt:

Het kloksken van Kafarnaom hangt in den toren

Het kloksken van Kafarnaom luidt, bim

Het komet een schip geladen hent aan

Het komt een schip geladen tot aan het hoogste boord

Het leven is een krijgsbanier

Het leven is een tocht

Het leven is niet louter vreugd

Het leven is vol strijdrumoer en

Het loof valt van de bomen, de

Het lopen door straten gewoon zonder doel

Het lustige vinkje in de bomen,

Het mannetje Boe dat liep te dwalen,

Het meisje met haar emmer melk

Het mensenvolk dat in het duister

Het mezennestje is uitgebroken, dat

Het Nieuw' jaar is daar

Het paard van de waard in Bolsward,

Het pasgeboren kindje schreeuwt, 't

Het quamen drij coninghen uyt verre

Het regent als het reg'nen wil, het regent dat het giet

Het regent, het zegent, de pannetjes worden nat

Het regent, het regent, een dropje

Het regent, het regent, nu blijft

Het regent, het regent, we worden

Het regent nog altijd in oktober

Het schall' over Vlaanderens gouwen, Christus Koning zijn ridders zijn wij

Het schip moet voort naar Engeland,

Het spillelied is gezongen, het schip ligt ree

Het spruit aan de bomen, het groent in de wei

Het staet een casteel, een rije

Het vendel leert marcheren, vele maanden dag aan dag

Het vendel moet marcheren, want Vlaanderen is in nood  http://www.youtube.com/watch?v=cB5dsVM-V5E

Het viel een hemels douwe voor mijn liefs vensterkijn

Het viel eens hemelsdouwe al in een maechdekijn

Het Vlaamse heir staat immer pal  http://www.youtube.com/watch?v=Q9kvo3rLosw

Het Vlaamse volk is volk van 't vrije

Het vloog een klein wild vogelken tot mijn liefs venster in

Het VNJ is jarig, we vieren allemaal

Het volk eist soldaten, het volk eist

Het voorjaar gaat komen, het groen  http://youtu.be/RPWsdv_g5jc

Het waait een windeken koel uit den Oosten

Het wand'len is des mulders lust

Het wand'len is des mulders vreugd

Het waren negen soldaten des morgens vroeg opgestaan

Het waren twee koningskinderen, haar borsten die kwamen maar pas

Het waren twee koningskinderen, zij hadden malkander zo lief!

Het waren twee conincskinderen, si hadden

Het was een kind, zo kleine kind

Het was een maged uitverkoren

Het was een maged zuiver en net, uit Davids' stad

Het was een mooie dag in mei

Het was er een koning zeer rijk van goed

Het was op ene avond laat dat ik ging

Het was op ene maandag, daarom ben ik

Het was te nacht, al zo zoete nacht

Het wassend watertij was daar, tralalalala!

Het water loopt al zingend door de

Het waijt een windeken coel uten Oosten

Het weer is guur, de winter nadert,

Het wegske naar de hemel is vlijtig

Het welige landschap van Haspengouw,

Het wemelt in de mei van blonde

Het wies in Denemarken een edel

Het windje steekt op, hoor het roept

Het woei een wabberwindeke, uit 't

Het zonneken rijst, het klokje slaat vijf

Het zou een jager uit jagen gaan, uit jagen

Het zou een meiske gaan halen wijn

Het zwartbruine bier dat drink ik zo

Hi hadde enen sconen lief end'hi

Hiep hiep hiep hoera, vandaag is

Hier bonst het hart van Gent

Hier in mijn kleine tuintje

Hier is de vogel, daar is de vis,

Hier is een stad gebouwd

Hier is geen plaats voor euvelmoed

Hier is mijn harte, hier mijn hand,

Hier is ons vergaderd met loflike

Hier is onze fiere Pinksterblom

Hier komt de wind uit den hoge

Hier noord van Oranje en suid van die

Hier staan die Lady Roberts, hoera

Hier staan tot afscheid allen weer

Hier staan tot afscheid weer de broers

Hier staat nu fris in Vlaanderland, de wandelknaap gereed!

Hier trekken Jongvlaanderens Knapen

Hier zijn wij de ATB-ers

Hier zijn wij de kleinste van de

Hier zijn wij te samen om leutig te

Hij ging op pad en zong zo wat, naar

Hij had een tuin van een hectare

Hij is de spiegel en de uil

Hij kapte 't koren af en zong

Hij leve lang, hij leve lang, hij

Hij leve lang, hij leve, hij leve

Hij nam de Schrift

Hij rijze kloek in roem en eer

Hijst de vlag in de wind

Hij vleide geen groten der wereld  http://youtu.be/ffPfd7CToXw

Hij volgt en vervolgt mij aldoor

Hij was het windeke, zij was de roze

Hij was nog nooit met spoor of boot

Hoe bemin ik 't eerste blozen van het

Hoe blij is d'arme vogel als hij

Hoe boeiend mag een mens ontstaan

Hoedje op de zon, hoedje op de maan,

Hoe flink staat het smidje daar te kloppen

Hoe gaat de boer naar de veemarkt toe

Hoe groot o Heer, en hoe vervaerlic

Hoe geel, hoe geel, hoe geel, het blinkend koolzaadveld

Hoe hangt ge daar gebroken, de

Hoe is uw naam

Hoe kan een oog vergeten

Hoe kan je zo lui zijn, hoe kan je zo

Hoe lachen ons de velden aan, met hun bekroonde bladen

Hoe lachen ons de velden aen met haer

Hoe leit dit kindeke hier in de kou

Hoe leyt dit kindeken hier in de kouw

Hoe lieflijk, hoe goed is mij

Hoe lief zijn de bloemen in veld en

Hoe light gij hier soo cout, o soeten

Hoe ligt ge, Broeder, loom en lam

Hoe ligt ge vermorzeld ineengezakt,

Hoe loeg op moeders oude schouw, het

Hoe lustig is de zomer, de zoete

Hoe menig weemoedvolle stond

Hoe minnic di, o Dietsc, myn tale, du

Hoe moet het hart vertederen ter koninklijke reis

Hoeoe! Hoeoe! Wat is ons bontekoe

Hoe plechtig speelde 't orgel in de

Hoe prettig is nu 't schemeruurtje

Hoepsasa, mijn kindje, wat kan moeder doen voor u

Hoepse, hoepsa, ik zit op mijn paard

Hoera ! Drie hoera's ! Vakansietyd is

Hoera hoera, wij wilden wat was recht!

Hoera, 't is vakantie, komt jongens

Hoera, 't studentenvolk, laat ons

Hoerah, hoerah, het is gelukt

Hoe rein ontsteeg weleer dat lied

Hoe riekt gij, Bamisbosschen, goed

Hoe schoon de morgendauw, hoe schoon

Hoe schoon klinkt ons zingen in 't

Hoe schoon was de ochtend

Hoe schoon zijt gij vandaag, mijn

Hoe smartlijk valt uw blik op mij

Hoe stil staan nu de bomen, de

Hoe stoeit nu der Lente levensam

Hoe talrijk mocht de herfst verglijden

Hoe troostend glanst mijn sterrelijn

Hoe vaak heb ik op bedeltocht de

Hoe ver de wegen krommen door sneeuw en zonnegloed

Hoe vriendelijk strijkt de avond neer

Hoe wild de Noordzee raast

Hoe zaait de boer zijn graan, hoe

Hoe zaait de boer zijn korentje, zijn

Hoe zacht glijdt ons bootje op 't

Hoe zachtkens glijdt ons bootje daar

Hoezee, 'k ben vlug en flink ter been

Hoe zoeter het aanzijn, hoe droever

Hoe zoet is 't tussen broed'ren

Hoe zou ik Vlaand'ren niet beminnen,

Hoe zouden de boeren geen heren zijn

Hoezee, 'k ben vlug en flink ter been

Hoezee, nu 't lied der zwarte kuipen

Hoge boven 't sterrenheir moet mijn

Hoge nacht met klare sterren, die

Hoge Vrouwe in de hemel, 's Heren

Hojo, hojo, hojo, wij zijn een

Holderia ria ho, holderia ria ho,

Holland met je koetjes en je weiden

Holland met zijn malsche wei,

Hollands kracht ligt op de wat'ren

Hollands vlag, je bent mijn glorie

Holland, ze zeggen: je grond is zo dras

Hongerig, moede, zo hebben de

Honger is de beste saus! Draven

Honger is de beste saus, honger is de beste saus

Hoofd, schouders, knie en teen

Hoog boven de bergen scheen bleek nog het maantje

Hoog boven in de bergen, daar staat

Hoog door de lucht reis ik naar

Hooge toren, fier en schoon, met uw

Hoog op de gele wagen, rijd ik door

Hoog schalt het lied, dat ons gebiedt te stappen

Hoog zwaait de hamer, gloeiend metaal

Hooi op de hoge wagen wiegelend volgedragen

Hoop en wees tevrede, wag op die Heer

Hoop in God, het eeuwig licht

Hoor daar stappen door de straten

Hoor de eng'len zingen, zingen in de

Hoor de loze koekoek luide

Hoor de lucht van leven gonzen zie de

Hoor de trommels en de fluiten

Hoor de vlammende trommen weer

Hoor de vogels in het riet

Hoor de vogels zingen weer, wat doe

Hoor de wekroep van de jeugd, zie  http://youtu.be/sipR2paII3I

Hoor helder de roep: nieuw leven

Hoor hoe de koekoek roept in het bos

Hoor hoe de smid op 't aambeeld slaat

Hoor, hoe de wind door de straten raast

Hoor! Hoor! Daar klinken stemmen!

Hoor ik van ver muziek dan moet ik

Hoor je 't zingen van het vuur in het

Hoor je de trommen dreunen, hoor je

Hoor nu het vrolijk vinkenlied, 't

Hoor ons almacht'ge God: heden

Hoor, hoor, daar klinken stemmen,

Hoort allegaer, hoe dat men claer in

Hoort allen 't vreugdevolle geluid,

Hoort, de winden buischen, ruischen door den blaarden boom

Hoort de wind fluistert zacht

Hoort gij de roep van 't Vatikaan?

Hoort gij de trommel die gaat door de

Hoort gij die blijde stemmen niet,

Hoort gij die kreet, wakkere broeders

Hoort gij dien ronk van ijzer, ring-king?

Hoort gij wel die doffe klanken

Hoort hoe het klokje klingelend

Hoort in den morgen een rouwig lied

Hoort nu galmt weer de roep van de

Hoort Roeland die zijn horen blaast,

Hoort toe gij arm en rijk, men zal u

Hoort! Zeg het voort, dat nu Jong Nederland

Hop Mariannetje, hop Mariannetje,

Hop Marjanneke, stroop in 't kanneke

Hop Marjanneke, tap in 't kanneke

Hop, hop, hop, mijn paardje, er is niemand thuis

Hop! Hop! Hop! Paardje in galop

Hoppebelle pluk pluk pluk

Hopsa, heisasa, 't is in de maand van

Hoptierelier, hoptierelier, rondom

Horlosie in die sak en die ketting

Hosannah! Hosannah! Juicht Hem toe

Houden van kun je bij Shakespeare niet leren

Houdt mij in leven

Houdt u fier en ziet niet omme, gij die kampt voor volk en recht

Houd uw haardvier veilig en uw hartvier heilig!

Houd zonne in 't hart, ook als zorgen

Hou je kranig, hou je hoog, hou je

Houzee, houzee, hou moedig zee, gij

Hoy, ahoy, de boots is zoek, de boots

Hunker niet langer naar gunsten meer

Hun stem is 't die stijgt

Hupse meiden met groene kapjes dansen

Hup supe grottebrei, en ek scil dij wol krij

Terug naar begin

I

Ic brenghe di den avontgroet

Ic heb ghejaecht mijn leven lanc, al

Ic seg adieu, wy twee wi moeten sceiden

Ic sie die morghensterne, Heer Jesus

Ic stond op hoogen bergen

Ic weet een reyn casteel in een seer

Ic wil van den kaerle singhen, al met  http://www.youtube.com/watch?v=r2QPosK7f1A

Ick gingh op eenen morghen al door

Ick heb gheiacht al mijn leven lanc,

Ick segh adieu, wy twee, wi moeten

Ick wil mi gaen vertroosten, in Jesus

Ick wil te lande ryden, sprack meester Hillebrant

Idzie Maciek, idzie, zbijakiem za

Iedereen slaapt, het is rustig, het

Iedere tijd opnieuw

Ieder mens die heeft zijn verlangens

Ieder vogel is vooraf een ei geweest

Ied're dag heeft weer zijn eigen morgen en een nieuw begin

Iemand nam het kleinste der zaadjes

Ieper, o Ieper, hoe toont gij u

Iets wonders brengt twee zielen saam

IJskoud, bloemen op de ruiten

IJzertoren, als 'k u zie verrijzen,  http://www.youtube.com/watch?v=RD8eacCIuAc

Ik, als ik wegga van hier

Ik ben als een kleine kabouter die

Ik ben de blauwbilgorgel, mijn vader

Ik ben de dokter Grijzenbaard, wize,

Ik ben de goede Herder die zijn

Ik ben de heer van Zorgenvrij

Ik ben de herder welgemoed, die de

Ik ben de ware wijnstok

Ik ben de wijnstok

Ik ben de zanger, die trekt door het

Ik ben dol, ja dol op pop

Ik ben door de sneeuw naar mijn lief

Ik ben een arme mus, een hongerlijder dus!

Ik ben een blomme en bloeie

Ik ben een dapper Kerelskind, dat

Ik ben een dinosaurus

Ik ben een edel dier, ik leef op mijn plezier

Ik ben een eenvoudige smid

Ik ben een ferme, sterke jongen en

Ik ben een haas en leef in 't groene veld

Ik ben een jong en jolig meisje, en

Ik ben een jong soldaatje

Ik ben een muzikantje, en ik kom uit

Ik ben een oude virtuoos tot niets

Ik ben een schamel heidebloempje, en

Ik ben een schamele kluizenaar, dat

Ik ben een theepot, van steen is mijn

Ik ben het smidjen dat smeedt

Ik ben in 't lot, ik moet naar de

Ik ben van Gent en zij van

Ik ben op de zomerzon, zomerzon

Ik ben zo blij

Ik ben zo blij, ik ben zo blij, heidi heida heidom

Ik ben zo stout geweest, maar zal het niet meer doen

Ik ben zo zenuwachtig

Ik bied u dit brood

Ik breng U, mijn Jezus, mijn dankbare

Ik dale van 't gebergte neer

Ik dank u God, voor deze

Ik dank u Heer, om al die jaren

Ik drijf mijn koeikens naar de weide, olioli, oliola!

Ik drink op het heimwee dat knaagt in

Ik ga zo graag op wandel, op wandel

Ik ging lestmaal eens op de jacht

Ik ging lestmaal eens wandelen om mijn zinnen

Ik ging lestmaal eens wand'len, haha

Ik ging op enen morgen al door het groene hout

Ik ging op Hooglands bergen staan, en zag ter zeewaart in

Ik groei op de groene weiden

Ik had een wapenbroeder, een beter

Ik had een wapenbroeder, geen

Ik had er mijn liefje naar huis

Ik heb de groene straatjes zo

Ik heb de wereld rondgerezen

Ik heb een ezelken in de stal

Ik heb een gele schuifelaar, wij noemen hem Fifi!

Ik heb een hinneke in mijnen stal

Ik heb een hut en een appelboom die

Ik heb een mantel die plooien kan

Ik heb een mooie bloemenmand, aan wie

Ik heb een mooie grote bal

Ik heb een ruime kevie, waarin een dikke merel zit

Ik heb een tante en een oom

Ik heb een tante nonneke, zo zoet als een bonbonneke

Ik heb er vele, danig veel, daar is

Ik heb gejaagd mijn leven lank

Ik heb Goddank een liefje

Ik heb het aan de wind gevraagd

Ik heb het lief, mijn dorpje kleen

Ik heb mijn hart

Ik heb mijn liefste poppemie heel warmpjes toegedekt

Ik heb mijn ziel geheven met vrijen

Ik heb ne man, ne brave man, ne man van komplezansen

Ik heb op zee mijn leven lang gevaren  http://www.youtube.com/watch?v=aeYsKskt3DQ

Ik heb ruzie met mijn vriendje

Ik heb u lief, mijn vaderland, ik ben uw trouwig kind

Ik heb u lief, zoo eindloos lief

Ik heb weer duiven zoals voor de oorlog

Ik heb zo lang op u gewacht, en op

Ik hoor de Leeuw van 't oude

Ik hoorde dees dagen een magetje

Ik hoor hem nog, die lange losse reken

Ik houd veel van een verzetje

Ik jaag de jeugdige harten in brand,

Ik jeune mi daarin ik jeune mi daaran

Ik juich in de morgen als de dag pas

Ik kan niet lijden dat men u haat, mijn Vlaanderen

Ik kan u niet vergeten, o simpel landekijn

Ik kan u niet vergeten, mijn simpel landekijn

Ikkeltje kramikkeltje kwam aangereden

Ik ken een blond Marleentje, van

Ik ken een grauwe watermolen

Ik ken een lied, dat 't hart bekoort

Ik ken een meisje blond en blank

Ik ken een schone rozenbloem, die

Ik ken enen man die heet kabouterman

Ik ken geen schoner leven

Ik kom met bloemen voor u staan, ei,

Ik kom te paard gereden, uit verre

Ik kom van den arme, kloekmoedig

Ik kreeg van mijne ouders, van ieder mijn part

Ik kwam er lestmaal over bergen en

Ik kwam laatst aan een poppenkraam

Ik kwam laatst in den boomgaard gegaan

Ik kwam lest op de botermarkt, wat stond ik daar verslagen!

Ik kwam lest over een berg gegaan

Ik leef hoog op d'Alpen

Ik liep door de varens, lalala, ik

Ik loop mijn eigen weggetje

Ik luister ied're morgen, ied're morgen in mijn bed

Ik luister in de vreemde zo graag

Ik min het lied van bloemen, van

Ik min u teer O liefken zoet

Ik mis u waar ik henenvaar

Ik moest mijn heideveld verlaten

Ik naai mijn ving'ren dor en doof

Ik pakte dat Marleentje al bij der hand

Ik prijs u hemelse Vader dat Gij dit

Ik roem mij op een sterke broer

Ik sprak haar zo lang, en ik weende en ik loeg

Ik sta voor u in leegte en gemis

Ik steek er den horen, ik rijd er zoo

Ik steek mijn pintje naar omlaag

Ik stond laatst voor een poppenkraam

Ik stond op hoge bergen, en zag in het verschiet

Ik stond op hoge bergen, ik zag ter zeewaart in

Ik stond op hoge duinen en overzag de hei

Ik tijg door 't meiherboren land

Ik trek nu door het groene land

Ik treure alleen in 't tranendal, ik

Ik vier Uw feest

Ik vinde mij bedwongen dat ik zingen

Ik vinde mij gedrongen, dat ik zingen

Ik voel alsdat mijn tong herleeft,

Ik voel me in elke woning thuis, waar

Ik voer laatst over zee al in een mosselschuiteke

Ik voer laatst over zee, ga je mee ?

Ik voer uw hart over het water

Ik vraag je, ik vraag je, zing mij de

Ik vrijde een vrouwke alzo fijn, en

Ik wandelde treurig, eenzaam rond, ach!

Ik wandel door Gods seizoenen, het

Ik was eens, laatst, aan mijne deur gezeten

Ik was met vaderlief in mei op reis gegaan

Ik weet een heerlijk plekje grond, daar waar die molen staat

Ik weet een huisje staan, niet verre van een vliet

Ik weet een oud huis in Nieuw-Zeeland

Ik weet een rein kasteel in een zeer

Ik weet het wel, de zomer is voorbij

Ik weet 'nen vogel wonen

Ik weet nen vogel wonen, pipikwie

Ik weet nog hoe ik eens als kind mij neerboog

Ik wens u een jaar dat als 't voorbij

Ik wense u een jaar dat zacht als

Ik wil de Heer prijzen 't allen tijd

Ik wil mij gaan vertroosten in Jezus' lijden groot

Ik wil mij gaen verheugen, verblijden

Ik wil mij gans u geven nu, o liefste Jesu zoet!

Ik wil te lande rijden, sprak meester Hillebrand

Ik wil van den keerle singhen, al met sinen langhen baert

Ik wist niet dat 'k zo lief u had

Ik wou dat ik een dienstmeid had, van

Ik wou de graaf van Schoonveld zijn, traderideram!

Ik zag Cecilia komen langs enen waterkant

Ik zag de morgen dagen, de nieuwe

Ik zag den Heere van 't Hemelrijk, op

Ik zag drie schepen varen op

Ik zag een bloemke op de heide staan

Ik zag een choor verheven met

Ik zal zover wel komen, door hagel sneeuw en wind

Ik zeg adieu, wy twee wi moeten scheiden

Ik zei: "Jij bent de vrouw van mijn dromen"

Ik zie daar een pepernoot

Ik zie de zon in m'n bed lekker warm

Ik zie die morgensterre, Heer Jezus klaar aanschijn

Ik zie die morgensterre, mijn liefken

Ik zie een maged in 't verschiet

Ik zie er dat Vlaand'ren zo geren,

Ik zie het zo gaarne verschijnen, het

Ik zie het zo node verdwijnen, het

Ik zing alle dagen, ik zing alle

Ik zing er al van een Ruiter koen

Ik zing, ik zing, ik zing in de

Ik zing in de morgen een melodie voor

Ik zing mijn avondliedje, en ik moet

Ik zing van ganser harte voor de Heer

Ik zing wanneer in de lente de sleutelbloem open gaat

Ik zit te wiegen op mijn takje, en

Ik zou wel eens willen weten, waarom zijn de bergen zo hoog

Ik zou zo graag een koeiken kopen,

In achttienhonderdertig, onzaliger

In Amsterdam daar staat een huis

In berustende sug van die awendlug en

In Betlehem geboren, is nu het

In de Apennijnen daar zitten zes

In de avond, in de avond in het

In de Brugse catechismus staat te lezen kort en goed

In de Domstraat nummer twee, daar

In de gloed er kempenheide

In de grote stad Zaltbommel, heerste  http://www.youtube.com/watch?v=moPPWPVcjPU

In de hemel is ene dans, allelujah !

In de IJzervlakte bloeien wilde

In de kelder is het donker, waarom zou het

In de kleine stille straatjes werken

In de lente vijf en vijftig, zong de

In de maneschijn, in de maneschijn

In de mei, in de mei, gaan de schaapjes grazen

In de poppenkast kan het vrolijk zijn

In de schone lentedagen, bij de oever van de vliet

In de stille glans der mane, drijven

In de stille Kempen, op de purp'ren hei  http://www.youtube.com/watch?v=cDu-opYVIzI

In de stille oceaan is een olifant

In de tijd der patriotten

In de verte hoor ik fluiten, moeder

In de wei daar liep een koe

In de zomer loop ik spelend met mijn broertjes op het mos

In Den Haag daar woont een graaf

In den hemel is enen dans, halleluja,

In dichte drommen staat, o Heer, uw

Indien nu de wolken eens storten omlaag

In die wreede oorlogstijden

In dulci jubilo singet ende weset vro

In een blauw geruite kiel draaide hij

In een huis daar woonde niemand in

In een huis van onze straat, hahahaha

In een huis, daar woonde niemand in,

In een klein stationnetje, 's morgens

In een land van eenzaamheid

In een Spaanse villa, op een Spaans

In eigen kracht verrezen

In enen boom een koekoek, sim saredim

In Engeland, in Engeland, daar vliegen zoveel meeuwen

Infanterie, kavalerie, wij zijn de

In groene beemden voert gij mij

In Groeninge werd er gestreden,

In het bos daar staat een huisje,

In het bos woont een griezelige

In het circus kun je leeuwen zien,

In het diepste mijner schoven vond ik

In het groene loover zit een vogelijn

In het hart van 't volk geboren, in

In het land van Vlaanderen, stond het

In het steedje van Nazareth, wel

In het vroege morgenduur

In Holland staat een huis

In Impe Dimpe Langelaan komt elke

In Jesus name, broeders eersame stelt

In kadootsje

In kou en regen sta ik hier, alleen met mijn geweer

In les-Croise-aux-Merles is een visser gestorven

In mei gaan de sneeuwwitte

In mei, in mei, leggen alle, leggen alle

In naam van Oranje doet open de poort  http://www.youtube.com/watch?v=vzXbAq30X6w

In ons huisje zat een muisje, 't liep zo stil de kamer rond

In ons ogen is sterrengeflonker

In onverkende ruimten maakt het

In onze achtertuin daar staat een

In onze breinen gonst, in onze herten bonst

In onze straat daar staat een huis

In reine eenvoud klinkt het uit aller hart en mond

In 't Alpenland, waar blauwe meren

In 't Bohemerwoud daar wonen twalef

"In 't dorpshotel ""de Grenadier"", zijn"

In 't gelid, altijd fit, en een lach

In 't groene dal, in 't stille dal

In 't kamerken waar het wiegsken

In 't land van de Schelde

In 't lommer van Tongeren's machtige

In 't Meiseizoen, en het komt ons weer verblijden

In 't midden van ons leven

In 't molengat fluit de molenaar,

In 't oude avondland, dat oprijst uit

Int soetste van den meye

In 't stalleken van Bethlehem is deze nacht geboren

In 't stedetje van Nazareth

In 't veld daar vloog een vogelkijn

In 't weeldrig Vlaand'ren wonen wij

In 't woud en in de weien, daar mag

In 't woud en op de heide

In 't zoetste van de meie, aldaar ik kwam gegaan

In U is vreugde, ons, sonder deugde

In u slechts is bevrijden

In Utrecht staat een huisje, een

In Vlaamse rust gesterkt, gevroomd,

In Vlaand'ren blinkt de hemel blauw,

In Vlaand'ren langs een groene gracht

In Vlaanderen roffelt de

In zonden en besmetting

Io vivat, io vivat, nostrorum sanitas

Is dat dan geen snijdersbank

Isfahan! Isfahan!

Is er wat te doen voor de ketellapper

Is me dat een jolig paar

Isral trok Egypte uit

Is soms in ons dorpje een meisje bruid

Itjoka, pitjoka, ripitjoka, wil je

Terug naar begin

J

Jaag de winter aan de deur, verjaag hem

Jaakske met zijn fluitje dat was toch een kapoen

Ja als de Heer

Ja de wereld is wonderbaar, ja de

Ja knapen 't hoofd omhoog, onze oude

Ja knapen steunt de vaan, van

Ja komt het over wat ik bedoel

Ja, daar zullen klokken domlen,

Ja, kamperen is de mooiste zomersport

Jammer dat ik, lieve moeder, niet

Jan Broeder vrijt een meisje zoet

Jan de Mulder, met zijne lere kulder

Jan heeft hele grote waterdichte

Jan Hinnerk wahnt up de Lammer, Lammerstraat

Jan Huygen in de ton met een

Jan Klaassen, Jan Klaassen, ben je

Jan Koetsier, breng je paardjes hier

Jan mijne man wou ruiter worden, kon hij geraken aan een peerd.

Jan mijne man zou ruiter worden kon hij geraken aan een paard!

Jan mijne man, dat is een vent

Janneke, mijn manneke, mijn hert

Jan Pekker heeft een muis

Jan Pierewiet (3x) staan stil

Jan Plompaart en zijn wijveken

Jan Plompaert en zijn wuveke

Jansken von Bremen de harr ene Koh

Jan Speelman die had maar n koe

Jantje ging eens dansen voor de

Jantje heeft zijn broekje weer met spelen gescheurd

Jan Van de Male had een reuzebos

Jan van Male had een fiets met een

Jarig Jantje zou trakteren alle

Ja, wij zijn n van hart, n van bloed

Je bent niet mooi, je bent geen knappe vrouw

Jef zat in de keuken met Tina

Je hangt en je luidt in de toren

Je leeft maar heel kort, maar 'n enkele keer

Jeroen is de man met de grote wagen,

Jerusalem, ghij schoone stat, hoe

Jesu ons liefd' ons wensen en ons

Jesu, allerliefste kind, van uw moeder teerbemind

Jesu, welke diepe wonde, welk een

Jeugdige meisjes, vrolijk en sterk,

Jeugdig volkje, ras, ras, ras, binnen deze muren

Jeugd is het lachende leven

Jeugd van Nederland, wilt Uw kracht bewijzen

Jeugd van Vlaandren, eer uw taal

Jezeken lief, kom van den nacht

Jezus Christus is het beeld van God

Jezus daalt van Oliveten, op een

Jezus kwam hun dorp nabij, tien

Jezus, mijn verblijden

Jezus, om Uw lijden groot

Jij bent een wonder, weet je dat

Jij hebt alles in je, jij hebt alles

Jij, Kerlin kom mee naar buiten, zing

John Anderson mijn trots, John, in

Jong en blij gaan we vrank en vrij

Jong Vlaand'rens Knapenschaar rukt

Jonge dochter, wilt niet treuren, 't

Jonge gezalfden, de lenden omgord,

Jonge kameraden, die het volk van

Jonge snelle meisjes spinnen, spinnen

Jongeman die nog wilt dromen, sta bij

Jongens, gesprongen, en luide saam

Jongetje van Deurne, van Deurne

Jong Nelis, die weidt er zijn schapen

Jonk is ons land waar die heuwels

Jordane, tooi met lentegroen uw

Jubilate! Jubilate Deo omnis terra

Juchheia, juchhei, laat dansen de mei

Juffrouw, je moet naar huis gaan want

Juffrouw, wilde de polka leren, n,

Juicht Jahweh toe

Juicht voor de Heer

Juig, al wat leef, juig voor die Heer

Jul bou met meer as staal of steen,

Jutho, vooruit en dapper, Jutho mijn paard!

Terug naar begin

K

Kahhe takke tene, Duitsers zijn geen

Kajotsters op, treedt aan, vooruit,

Kalando, kalando, van je wiedewiede

Kameraad, kameraad, is 't woord van

Kameraden, wij marcheren in hete

Kap ik mijn wilgen blokjes parenwijs uit den boom

Karel wilde een haring eten, een

Kareltje, Kareltje, tjip, tjip, tjip

Karlientje heeft een schattig

Kato moet met twee zakken graan

Kch..kch..kch Rare geluiden

Ke-tan 'm o cho-jet me ha-ni, o

Kelee kelee kelee watch watch

Kempenland, aan de Dietse kroon,  http://www.youtube.com/watch?v=JR-NhHR55GI

Ken je nog het lied uit de Mitaja's

Kennt ji all'dat nie Leed, nie Leed,

Kent gij 't land dat stukgereten, 't

Kent gij al de nieuwe mode, die ons

Kent gij dat volk vol heldenmoed, en

Kent gij de streek van God verkoren,

Kent gijn het land, der zee ontrukt

Kent gij het land, het land van 't

Kent gij Jan de mosselman, de

Kent gij lief, de diepe wat'ren van

Kent gij wel het land waar de

Kere weerom, kere weerom, kere weerom

Kerels der gouwen Vlaanderlands

Kerels der Noordzee, Wikingsbloed,

Kerkent ha m'oan dimezet, en eur stad

Kermis in de Kempen, al leute en

Kermisketel op het vuur

Keteltje, dik van buik

Kijk eens om je heen, kijk eens om

Kijk naar de stroom die zich een weg baant door het land

Kijk omhoog, zeur en treur niet

Kijk ons prinsje slaapt zo zachtjes

Kijk, een hondje in een bad

Kijk, Grietje loert het venster uit,

Kindeken, slaap in uw wiegsken, doederidoe!

Kinderkens, 't is uchtend! Komt ter slaapste uit

Kinderkens van overal, komt nu buiten

Kinders moenie in die water mors

Kindertjes staan buiten, oogjes voor

Kinder swijcht, so mooch di hoern,

Kindje Jezus werd geboren op een nacht

Kindje lief, ik ben zo arm, heb geen

Kindje, m'n kindje, slaap zacht, je

Kind'ren naar buiten, het zonnetje

Kind'ren zwijgt, dan moogt ge horen, ecce mundi gaudia!

Kind van mijn liefde, schone knaap

Kip, zei de boer, zei de boer

Klaar over, klaar over, met je oranje

Klaas die sprak zijn moeder aan

Klagen de hoorns tot eiken als torens

Klap 'ns in je handjes blij, blij,

Klap klap klap klap, zo doen de handen

Klapp'rend wieltje, snorre, snorre,

Kleene vissen zo luidt het lied, en

Klein broerke staat te kraaien op moeders schoot

Kleine Chineesje sjing sjang sjong,

Kleine, kleine stouterik

Kleine liedjes zingen: zoveel goede

Kleine Piet ging wand'len, met zijn

Kleine waterdropp'len, kleine korrlen

Kleine witte vlinder, met je vleugels

Klein is ons land, maar vrank en vrij

Klein Jantje weent, klein Jantje huilt

Klein Jezeke liep op straat te spelen

Klein kerelke, mijn kerelke

Klein, klein Jezuke, heb je zulke kou?

Klein klein kleuterke, wat doet gij in mijn hof?

Klein, klein Marieken, van waar komt

Klein vogelijn op groenen tak, wat

Klepperman van elleven, waar ga je zo laat naar toe?

Klepperman van elven, 't is nog gene

Kleurig en fleurig en levensblij

Klik klak klik klak wie loopt daar op

Klingklang! Klingklang! Over het woud galmen de klokken

Kling klokje klingelingeling

Kling, klang, kling, klang und Gloria

Kling, klang, over het woud

Klinkt mijn liedje jod'lend, zingt

Klitse kletse, klap mijn hand,

Kloek en dapper strijden behoort onze

Kloek volk van 't Breydelvolk, in 't vrije voorgeslacht

Klokje klokje, klein en klaar, wil

Klompertje en zijn wijfje, die zouden

Kloppe, kloppe, klop, klop de hoepels

Knapen van Vlaandren de zwaarden

Knip, knip, knip met de schaar

Knurre, schnurre, knurre, schnurre,

Koebana, Koebana

Koek met krenten

Koekoek, koekoek, roept in het woud

Koekoek roept de koekoek, roept de

Koekoek, waar ben je toch? In de bossen!

Koeltjes suiz'len, doen rits'len het

Koeroekoe koeroekoe

Kokeneten spelen, op een blauwe steen

Kom daar niet lief moederke

Kom dicht bij mij jij, en laat nu heel de wereld

Kom en laat ons dansen, springen, kom

Kom en laat ons vrolijk zingen, dan

Kom hier al bij, aanhoor dees klucht

Kom in 't gelid kameraad, word weer

Kom in 't vendel, kameraad, beter kunt ge niet begeren!

Kom Iwanowitsj, speel de balalaika,

Kom Jan, kom mee naar huis, uw

Kom jij en ik en jij en maak elkaar

Kom kameraden kom, kom kameraden kom,  http://www.youtube.com/watch?v=DDgTDS8hBlM

Kom kom kom kom kom maak het mee

Kom laat ons samen spelen in roze luchtkastelen

Kom leg je hand in mijn hand, kom

Kom mee naar buiten allemaal, dan

Kom nachtegaal en zing

Kom nu met zang van zoete tonen, en

Kom ontwaak, kom ontwaak, gekraaid heeft de haan

Kom, o ongeschapen licht en jaag uw

Kom o zonne en jaag de barre

Kom rakker reik je handen, druk

Kom, Schepper, Geest

Kom, Schepper, Geest, voltooi in ons

Komt boeren en boerinnen

Komt de lente over 't land, de lente

Komt de zomer met felle regenvlagen,

Komt en 'n beidt niet meer

Komt en laat ons dansen, springen

Komt en laat ons lustig nu zingen

Komt Gidsen, trekt met ons naar

Komt, het eten staat op tafel

Komt herders, komt herders komt ver

Komt hier al'by, aenhoort dees klucht

Komt hier gij pronkert kijken

Komt jongens mee naar buiten

Komt, kameraden komt

Komt, kameraden, rond mij

Komt, knapen en meisjes, verheft nu

Komt, laat het ieder horen

Komt mee naar buiten allemaal

Komt nu allen, komt en zingt, tot het altijd beter klinkt

Komt nu blij en ongedwongen, tralali

Komt nu met zang van zoete tonen

Kom toch en volg mij na

Komt ons in diepe nacht

Komt ontrolt de Leeuwenstandaard

Kom tot ons

Komt, o zonne en zendt uw' stralen

Kom, treed hier in ons midden

Komt, scherpt uw verstand

Komt sluit aan bij onze rangen,

Komt, treedt aan in onze rangen

Kom trek met ons de wereld in

Komt verwondert u hier mensen, ziet

Komt vrienden 'k zal u wat verkonden,

Komt vrienden in het ronde, minnaars van ene stiel

Komt vrienden luistert naar mijn lied

Komt, vrouwkes wil bemerken

Komt, wilt u spoeden naar Bethlehem

Kom uit je bed, 't is hoogste tijd nu

Kom vader, kom zit bij mij neder, en

Kom vendeljongen, een lied gezongen,

Kom Vlaamse broer, kom stappen in ons

Kom zing mij een lied

Koning, ik zweer u, mijn trouw voor

Korte beentjes maar daarom niet

Kortgebroekte kerels, meisjes

Kraaien die brengen het uit, elk

Kracht van God, o Gabril!

Krambambouli zo wordt geheten, dat

Kristus is verrezen, Hij verwon de

Kronkebonker houdt van donker

Kunst gaat voor kracht, lijk d'ouders

Kunst is de kracht, het hoogste recht op leven

Kwakwak! Een kudde gansjes woond'in een huisje wit en rood

Kwam van Godswege

Kyrie Eleison

Kyrie Eleison, wees met ons begaan

 

Kyrie, God is ghecomen in aertryc

Terug naar begin

L

Laaien uwe bajonetten

Laai op gij rode vlammen

Laai op, gij rode vlammen, in deze

Laai op, laai op, rossige gloed,

Laat af van haat en wrok en strek de

Laat af van 't strijden, volk'ren

Laat breed het vaandel wuiven

Laat de kind'ren tot mij komen, alle

Laat de klaroenen schallen, al sneven

Laat de klok maar luiden

Laat de vanen rijzen, in de frisse

Laat de wijven tabak vrijven

Laat een vrolijk lied ons zingen

Laat Heer dit brood en deze wijn

Laat, Heer, mijn leven edel zijn

Laat, herderkens, luid uw blijdschap horen!

Laat ieder 's Heren goedheid prijzen

Laat kind'ren blij hun leven spelen,

Laat klink na alkante, oor velde en

Laat klinken dat het dreunt

Laat liederen horen, de lent' is

Laat luid de liedren schallen, met

Laat me nog wat toeven moeder, buiten

Laat mij nimmer meer gans alleen,

Laat nu de vedels en fluiten weer klinken

Laat nu weerklinken door dit Vlaamse

Laat ons allen vrolijk zingen, falala

Laat ons beginnen vrolijk te zingen

Laat ons de landman loven

Laat ons elkaar beminnen

Laat ons gaen om te besoecken, dat

Laat ons hameren en nagelen, en

Laat ons het kindje groeten en vallen

Laat ons juichen, laat ons zingen en

Laat ons liefste nog heel even

Laat ons met elkander, laat ons met

Laat ons met groter vrolijkheid loven

Laat ons met herten reine loven dat zoete Kindekijn

Laat ons met velen, hand in hand

Laat ons nu weer marcheren

Laat ons toch een cent verdienen

Laat ons, God, een lichtpunt wezen

Laat schallen de klaroenen, al ben ik van karwei

Laatst begon mijn oor te zuizen

Laatstmaal op ene zomerse dag, maar hoort wat ik bevalligs zag

Laatst op een schone zomerdag, hoort

Laatst voer ik over zee, zee, zee,

Laat Uilenspiegel nu alleen

Laat uw felle vaandels waaien,

Laat vlammen nu de vrijheidsvanen

Laat vlammend warmen in uw haard:

Laat vreugdevuren branden, maak

Laat zang en spel, tamboer en fluit

Lach nu maar niet! Neen! Lach nu maar

Lachen moet ge dapper meisje, wilt ge

Lachend komt de jonge lente aan, de

Lachend, lachend schijnt de zomerzon

Lachend, lachend, lachend, komt de

Lachend, lachend, lachend, lachend komt de lente over 't land

Laet ons den landtman loven met sangh

Laet ons mit herten reyne loven dat

Laet ons mit hogher vrolicheit loven

Laet sang en spel, tambour en fluyt,

Lam Gods

Lamme Goedzak ligt begraven, snoert

Lammetje lammetje

Lamtietie, damtietie, doedoe my

Land der dunklen Wlder und

Land in een gordel van stromen geprangd  http://www.youtube.com/watch?v=c9NW1DbGAGg

Land van de bonkige dijken,

Land van roem en rouwe, van liefde en

Land van vroomheid, eer en trouw,

Lang leev' de kolonel, het ga hem

Lang zal hij leven, lang zal hij leven

Lang zullen ze leven

Lange Wapper aan de Schelde

Lange Wapper, lange Wapper, woont in

Langs berg en dal klinkt hoorngeschal

Langs de weg die Jezus' lijden heeft

Langs de weg van Jezus' lijden heeft

Langs dreven en weiden, langs berg en

Langs een groen meuletje kwam ik

Langs een groen molentje kwam ik getreden

Langs veld en vennen lopend

Langzaam glijden de uren, in de

Laurentia, lieve Laurentia ik wou

Leer mij nog eens vliegen, geef me vleugels

Leeuwerikske, leeuwe-leeuwerikske,

Legt gij 't feestgewaad haast neder,

Legt weer de boer zijn akker om,

Leg Uw handen

Lente komt, lente komt, stop het

Lentetijd, vrolijkheid, wijd en zijd,

Lentezon donnadonnadon, lentewind

Lestmaal op een zomerse dag

Leve De Panne, daar staat mijn huis,

Leve de Paus, hij is ons aller Vader,

Lewer dod as Slav, lewer dod as Slav,

Lied als een zuil in de hoge stem

Lied van mijn land, 'k zal u altijd horen  http://www.youtube.com/watch?v=_1wSNm6BRh8

Liefde blijft het groot gebod!

Liefde dragen doet geen pijn

Liefde en vreugd, schoonheid en deugd

Liefde gaf U duizend namen, groot en edel, schoon en zoet.  http://www.youtube.com/watch?v=A_W7_kSdrj0

Liefde is echt, als liefhebben

Liefelijk lokt

Lief kindekijn, lief kindekijn

Lief Leentje, ik kan niet langer zwijgen

Liefste, dit is de tijd van de oogst

Lientje en Mientje liepen verloren in het groen

Lieve beer ga slapen

Lieve frisse meisjes zijn er overal,

Lieve God, lieve God, bron van rust

Lieve Guust, Guust, Guust, hef mij op

Lieve herders, spoeyt u wat, treckt

Lieve Jozef hoor hem nou

Lieve lente daal toch neder, lieve

Lieve lente kom toch weder, lieve

Lieve lente schenk uw zegen,

Lieveling 't is tijd 't bedjen is

Lieve moeder, reik me uw hand

Lieve Vrouw der schone Schelde met

Lieve Vrouwe van ons land, met uw kroon

Lieve Vrouwke van de linde, wakend

Lieve zuster dans met mij

Ligt het geluk nu aan de overkant

Lijflijk bloempje, blauw van kleuren

Lijk de bietjes, bietjes gonzen ende

Lijk de blijde zang der vogels

Lijntje had zulks nooit gewaagd, zeggen!

Lijzig kromt de ranke Leie

Likkelakkelorrepotte rijst met bruine

Lize kloeg: zo gans alleen kan ik

Loe la li lee la li loe la la li lee

Lof zij den Heer, den almachtigen Koning der ere

Lokt de lente ons naar buiten ligt de

Lolo mi boto, lolo kon mek' wi go

Lompe Jan mijn man, zou zo geren ruiter worden

Loof, loof die Here my siel, en wat

Looft de Heer om heel zijn wonderwerk

Looft God de Heer, gij heidens zeer

Looft God, gij christen algelijk

Looft God, looft God, looft God, gij christen algelijk

Looft nu de Here, de Koning van hemel

Looft uwen God alle tongen en talen

Loom en gaaprig, lam en slaaprig

Loop je even naar de bakker?

Losjes, losjes, losjes, vliegen doen de klosjes

Luchtige maagden, dat men u vraagden

Lui, lekker, lang slapen en weinig

Luilak zonder verdriet, ken je onze

Luister naar het toverwoordje: tucht moet er zijn

Luister wie komt daar gegaan

Lustigjes, lustigjes hoor je het wel ?

Lutgardis, wonderbloem en perel van

Terug naar begin

M

Maak het stil om je heen, maak het

Maak nu een sneeuwman

Maak ons allen die misdreven

Maak ruim baan, daar komt de winter

Maandagmorgen, de keizer zijn vrouw

Maart roert zijn staart, april doet

Machiel Machuit zat op de schuit, en

Machtig zij uw rijksgebied; Hollands

Maciek loopt steeds met zijn

Madame, het is tijd, laat ons samen

Madam, madam, naar huis toe moede gij komen

Mag ik even voelen?

Mag ik ook een keer iets zeggen

Magnificat

Makkers aan boord, hoort de golven

Makkers kom aan boord

Makkers, komt, makkers, komt! Het

Makkers op, de rugzak om de schouder

Makkers wie gaat mee naar buiten?

Mamma 'k wil 'n man h, watter man m'n lieve kind?

Manhaftig lied waarin de droom blijft leven

Marcheeren wij in flinke rij, met stokken tot geweren!

Maria, die tussen de linden van Gaverland

Maria die zoude naer Bethlehem gaen

Maria door een doornwoud trad, kyrie

Maria ging met vluggen tred dien

Maria Godes moeder, ghelovet moest

Maria grote reine, U liggen wij te voet

Maria heeft het boek der profetien beschouwd

Maria heet mijn jonge g, die met mij

Maria kwam uit Nazareth en niemand

Maria Lucia, mijn eerste lied klinkt

Maria mild en machtig, vereerd bij

Maria mild geboren

Maria, poort van Gods genade

Maria schone Vrouwe, Maria maget

Maria scone vrouwe, Maria, maget soet

Marianne, Marianne, kom er eens

Marieke vul nog eens de glazen, het leven lacht

Marijke, Marijke, wat kost er je

Marijke, Marijke, wat kost je groene

Marmelade, carbonade,

Masseurtje, ga je mee, als wij jagen

Matheetje kwam van Watou, van Watou

Maximilianus de Bossou ben ik, een

Meideke jong, mijn meideke fier, waar

Meietijd ons verblijdt, 't is nu al vrolijkheid

Meiseken jong, mijn maagdeken fier,

Meisje ik heb u lief, jij bent mijn

Meisje kom dansen, liefste meisje kom

Meisje lief kom dans met mij,

Meisje, kom dansen, kom dansen, lief

Meisjes komt we doen een nieuwe ronde

Meisjes nu de zon ons tegenlacht

Meisjes op, de rugzak op de schouder

Meisjes zingt blij uwe zangen, gij

Meiske met uw sneeuwwitte beentjes

Meisken jong, mijn maagdeken fier

Meisken jong, mijn meideken fier,

Mei spreidt zijn bloesem weer over

Mejuffrouw lente geeft concert, de

Melk, melk, melk

Men hoort daar niet dan engelenzang

Men kan niet genoeg naar u kijken

Men noemt hem een broer, maar hij

Mensenkind voort in het wondere leven

Merck toch hoe sterck nu in 't werck sich al stelt  http://www.youtube.com/watch?v=Q_2auYMS-VM

Merk toch hoe sterk nu in 't werk zich al stelt

Met de boom des levens

Met de slede rijden wij

Met deze nieuwe jare, zo wordt ons

Met droge kelen komt voor u kwelen

Met duizend sterrenoogen trekt ons

Met een, lach op 't gelaat komen wij op straat

Met heldenmoed en blijde zin, hoera,

Met in zijn buidel brood en kaas

Met klinkende djakke loopt Jantje

Met lichte stralen die overal de zon

Met mijn hamer smeed ik rozen

Met mijn hand op mezelf en wat heb ik

Met mijn kar en mijn hondenspan

Met 'n voorwaarts mars laat ons flink

Met ons vendel door het leven, in

Met Toontje had men wat te stellen

Met trommel en trompet gaan wij een

Met vlaggen in de wind en zonlicht op

Miauw, miauw, miauw, miauw,

Midden grote landen ligt ons kleine land

Midden in de dood

Midden in de winternacht ging de

Midden onder u staat Hij

Mieke houd u vast aan te takken van de bomen

Miele miele mielke, draai maar aan uw wielke

Mien dochter wilt toe traauwen, joa

Mien mouder dij wol mie geven 'n Smid

Mij Sarie Marais is so ver van mij

Mij spreekt de blomme een tale

Mijn bed is een bijzonder bed

Mijn beste geschenk bij den troep, haroep!

Mijn bleuzerke, mijn kriekske,

Mijn broeder is gestorven

Mijn cavia is ziek

Mijn dromen volgen u, mijn jongen,

Mijne moedertaal, mijne moedertaal

Mijn Engel, die mijn hoeder zijt

Mijn engel vanavond komt vader nog niet

Mijn God zijt gij

Mijn God, erbarm U mijner

Mijn God, Gij peilt mijn hart

Mijn grootvaders klok was een deftige

Mijn haan is dood, mijn haan is dood

Mijn hart is een beker vol purperen

Mijnheere van Maldegem die kwam gereden

Mijn herder is de Heer

Mijn herder zijt Gij

Mijnhere Frre, o zeg

Mijn here van Mallegem die kwam gereden

Mijn hert altijd heeft verlangen naar U

Mijn hoed die heeft vier deuken, vier

Mijn jongen, als aan 't rollen van de mars door 't vreemde land

Mijn jongen, als aan 't vallen van de nacht

Mijn kerreke staat met 'n toren, vol mosselkes

Mijn kind, gij zijt door God genood ten hoogtijde

Mijn kleine, kleine vogeltjes, waar

Mijn korven aan de armen, een

Mijn laatste groet mijn kameraad, in

Mijn lied, mijn lied, mijn lied voor de mensen die eenzaam zijn

Mijn liefje is zo olijk, mijn liefje is zo fijn

Mijn liefken is een aardig ding

Mijn lieve Krullemie

Mijn Limburg, land van mijn geboorte

Mijn maat is een kerel trouw kameraad

Mijn moederspraak, mij lief als geen

Mijn mond die zingt, mijn hart, vol droefheid, weent

Mijn ogen zijn voor het licht van de

Mijn schilt ende betrouwen, zijt Gij

Mijn stilte staat om alle dingen

Mijn tijd gaat weg en ik daar met

Mijn vader gaat op zee, hij gaat al

Mijn vader is bakker, zijn zoontje

Mijn vader is een bakker, een

Mijn vader is een timmerman

Mijn vader is een zeeman, een zeeman

Mijn vader was op wand'len belust

Mijn Vader zult ge vragen al wat gij

Mijn Vlaamsche land, laat anderen

Mijn Vlaamse land, laat and'ren u

Mijn Vlaand'ren heb in hart'lijk lief  http://youtu.be/qIpBWMeuIKE

Mijn volk met uw trotse verleden

Mijn volk, uw lijden heeft mijn hart bewogen

Mijn volk, wat heb ik u misdaan dat

Mijn vrijer is een kerelken, een die

Mijn vrouwke lief, ik laat u weten

Mijn wangen siert geen purper meer,

Mijn ziel verwacht van U verlossing

Mijn zoete koninginne

Mijn zoetlief was een weverkijn dat weefde vroeg en laat

Mijn zoon, ik wil graag even met je praten

Mijn zoon is mijn zoon niet alleen

Mijn zus is zes en ik ben zeven

Mijn zuster is gestorven

Milde en goed, zoo wilde ik wezen

Min ik, zo sterf ik, laat ik zo bederv' ik

Mitte Confitte, kom t'avond naar huis

Mm, mm

M'n zoete Jezus, God en mens, thans

Mocht ik met een lied uw herte winnen

Mocht ic sijn den maneschijn och mijn

Moed is macht en mannenwil, moed is

Moeder hoor de windekens waaien

Moeder, hoort uw kindeke lief, een

Moeder hou dag en nag treurig by haar

Moeder, ik wil hebben een man, warme

Moederken is ter kerk en douw douw douw

Moeder, scheur mijne voorschoot niet

Moeder Westvlaamse was gedaan, al met

Moeder zag het kind verkwijnen

Moederziel alleen ien 't huuske

Moeder zit te driegen, aan een mantelzoom

Moeke doar staait 'n vrijer an de deur

Moest ic lancs der dornebaen

Mogen allen n zijn

Molenaartjeswind is Zuidenwind, van hupsaldera

Mooi als lijsters, zo zingen

Mooi Anneke klein

Mooi Grietje staat op liefdewacht

Mooi Ietje Fietje trek je baljurk aan

Mooi is de dag, vrij is de baan

Mooi Lieske van den Bakker

Mooie meisjes fris en vrolijk zie je

Morgen is het licht weer daar, hel en

Morgen marcheren wij fris in de slag,

Morgen marschieren wir in Feindesland

Morgen moet ik henen gaan

Morgen moet mijn schat vertrekken

Morgen of avond: zing, zing, zing

Morgenrood, morgenrood, spelt m'

Morgens gaat de herderin, voert de schapen

Morgen viert men in de kerk het feest

Morgen zal ik naar de heide gaan daar

Moriaantje zo zwart als roet, ging

Mouring, die de vrije schepen van de

Muziek uit oude rommel

Muzikantje, muzikantje, speel eens op

Terug naar begin

N

Naam van Jezus die ten dode

Naam van mijn land, in brand en bloed geboren

Naam van mijn land, naam van mijn

Naar 't kribbeken des Heren, door

Naar buiten lokt de zoele lucht, en

Naar buiten! Weg op de koele baan

Naar de hoogten stijgen klachten,

Naar groene verwe mijn hert verlangt

Naar Groeningveld, vooruit in dichte

Naar het evenbeeld der vlammen, in

Naar het evenbeeld van Freya, Hoge

Naar Hoogland togen knapen met ransel

Naar Oostland togen de vad'ren, ons wenkt een andere baan

Naar Oostland wil ik varen daar woont

Naar Oostland willen wij rijden, naar Oostland willen wij mee

Naarstig Mietje was aan 't breien

Naar U gaat mijn verlangen, Heer

Naar u Lieve Vrouwe gaat deze vaart

Naar wat de dennen fluist'ren, die buigen kruin aan kruin  http://youtu.be/02G15FBaep0

Naast onze vlaggen schrijden wij,

Nabij de heborn woonde een kleine

Nacht omsluiert de bomen, dag heeft

Nacht vangt aan, onze dagtaak is

Nachtegaal, nachtegaal, wat zongt gij

Nachtegaaltje, klein vogeltje koen,

Nader bij u, mijn God U naderbij, zij

Na die veld, na die veld, dis ons

Na elke reis keer ik tot u terug, mij

Naer Oostland willen wy ryden, naer

Na groene verwe mijn hert verlanct

Na na na, ik zeg je mijn kind

Na Oostland wil ik varen

Natuur ligt in dromen verzonken, het

Na vijfentwintig zegevolle jaren,

Ned'rig stille timmerman, zo klein in

Nederland, mijn land geworden, nauw

Nederland, waterland, fris is je weide

Neemt en eet, dit is mijn lichaam

Neemt Gods woord met hart en mond

Neemt my inder hand, hoort in 't kort verklaren

Neen, ik zet geen stap meer verder

Negen echo's in een koor is geen

Ne keer dat ik achter de baan

Nt laang mi bleift de Wanter, scho

Nicht der Osten, nicht der Westen

Niemand leeft voor zichzelf

Niemand wage het te roemen op zijn

Niet aan ons komt de eer toe

Niet enkel door het water

Niet praten, niet haten

Niets gaat verloren

Niets is zo heerlijk als proeven van

Niets kan ons roven 't heilig geloven

Niets zo leutig als huiske spelen,

Nieuwe haring, nieuwe haring, nieuwe

Nieuwe zon daagt over 't land

Nina, nina boboh

Njekati njabernekatoesjka

Noe, noe, noe, noe, hoor en zie toe

Nog eenmaal op uw vijvervlak te varen

Nog jong zijn en treuren het kan niet

Nog smelt er in de zilv'ren klokken

Nooit geremd, nooit vertraagd, wordt

Noordland, lange winternachten,

Noordlandse vrije volkeren, steeds

Noordzee die ons kust bespoelt

Nou hou koers dan tot ons weer

Nu aan het smullen

Nu ben ik hier alleen in 't jeugdig groen

Nu bloeien in 't jonge gras niet meer

Nu brandt de tijd in ieder hart

Nu breekt uit alle twijgen, het

Nu de boeken zijn geborgen en het lessenjaar voorbij

Nu dobbert mijn liefste op de zee

Nu dreunt weer de mars der kolonnen

Nu een lied der Vlaamse zonen, nu een dreunend  http://www.youtube.com/watch?v=4knII0UxLkU

Nu gaan de bloemen nog dood

Nu gaan de botten springen, de lente is in 't land

Nu gaan we naar buiten waar vogeltjes

Nu gaan we waar de doedelzak

Nu gaan ze hem begraven, de lustige kever, Jan Mei.

Nu het lied der Vlaamse zonen, nu een dreunend kerelslied

Nu hoort wat Jesus heeft ghedaen:

Nu ik weer weet wat leven is

Nu is de roe van Jesse gebloeid

Nu is die roe van Jesse ghebloeyt,

Nu is het overal aan gang

Nu is het weer lente, de winter is

Nu is het woord gezegd

Nu is 't de tijd, dat in ons stille

Nu is 't de tijd, dat in onz' oude

Nu is voor ons weer de tijd

Nu juicht het hoge Hemelhof en zingt

Nu kan de lente komen, de winter is

Nu komt alree de tijd

Nu komt de tijd van ware vreugd

Nu laat ons alle vrolijk wezen, wij hebben de Here

Nu laat ons allen vrolijk zijn: de hemel zal de onze zijn

Nu laet ons alle danckbaer sijn

Nu looft en prijst mijn ziel

Nu moet gij allen vrolijk zijn

Nu riet en lis hun onrust laten

Nu rolt de zon door tintelblauwe lucht

Nu rusten alle wouden, rond steden en landouwen

Nu schalle luid de horen het wellekom

Nu sijt willekome, Jezu lieven Heer,

Nu spreken duizend monden,

Nu syt willecome, Jesu, lieven Heer,

Nu 't nieuwjaar is zijn wij verblijd

Nu trekt de boer een paar klompjes

Nu vaarwel leef vrij en blij, 'k denk

Nu vaarwel, leef vrij en blij, 'k denk aan jou

Nu vrij en vrank in stoet gegaan, bij

Nu weer de zomerzon heel de stad

Nu wil ik een liedeken zingen, daarmede

Nu zijt wellekome, Christus onze Heer

Nu zijt wellekome, Jezu lieve Heer,

Terug naar begin

O

O als ik een giraf was

O als ik u zacht in mijn armen neem, lief zotteken

O amoureuzig mondeken rood

O Angenietje, mijn honingbietje, mijn vrolijkheid

O blanke maagd, gebenedijd, O die des Heeren moeder zijt

O blokken op mijn kot

Och moeder, wat zal ik nu gaan doen,

Och moeder zeide si, moeder, nu geeft mi

Och nachtegaal ontwaak, ontwaak gij

O Christus, Woord der eeuwigheid

Och, wat die jonkheid dartel is, vol

O d'eerste daad, o d'eerste dag !

O denneboom, o denneboom, gij draagt een groene twijg

O denneboom, o denneboom, hoe trouw

O diep verholen Majesteit

O dierbaar land, o heilig land der

Of de Barg do is halt lustig, of de

O Friesland zo vol deugden als ik een

Ofschoon geen paradijs van bergen uit

O Gent, volschone stede, zo machtig

Ogen open jongens, bij de timmerman,

O gij stille tijd, breng de

O Gij, mijn schone Hope, mijn liefde

O Godlijk alvermogen

O God wat rampen en ellende in 't

O goudgekleurde vooglen, wilt gij

O hangt hem op, o hangt hem op, o

O Hart voor ons gebroken, door ons

O Hart, o allerdroevigst Hart, hoe

O Heer, d'avond is neergekomen, de

O Heer die daar des hemels tente

O Heer, die daer des hemels tente spreit

O Heer die overwint

O Heer, die veilig erf en haard diep

O Heer, gij deedt de stomme spreken

O Heer, Gij zijt mijn God en Here

O heerlijke studententijd met talloze

O Heer, wij zijn hier allen te saam

O heilig Kindje, wees gegroet, wij

O heldentolk, o reuzenvolk, o pracht

O herderkens zoetjens

O herderkens, al soetjens en sonder

O herders, al zoetjes, uw God en uw

O herders, laet u boxkens en schaepen

O, het is me 't weertje weer, het

O hoe heerlijk klinken onze zangen

O hoe zoet is 't mij bij avond

O Hoofd vol bloed en wonden vol smart

O Hoofd vol bloed en wonden, met smaad gedekt

O IJzer, heilige stroom van 't oude

O Jesulein sss, o Jesulein mild, des

O Jesulijn zoet, o Jesulijn zacht,

O Jesu nu de dagtaak is volbracht,

O Jezus, zie mij aan uw voeten, zo krank, zo moe

O Jesu, vol genaden

O Jesu wees geprezen die mij hebt

O Jesu zoet, gekleurd met bloed door

O Jhesu soete brudegom siet mij van

O jubeling aan alle raam

O keer din oghen vol mededoghen tot

O Kerk van achttien eeuwen, die vast

O Kerk van twintig eeuwen, die vast

O Kerke van Christus, o vaderhuis,

O Kerstnacht, schoner dan de dagen

O Kerstnacht, schooner dan de daegen

Oki doki poki poetsie

Okidokipokipom, rirarom, wij gaan

O, klaag toch niet, als nevel vroeg de

O, krinklende, winklende waterding

O Kruise de Vlaming door moeders hand

O 'k sta mij zo geren te midden

O Land van Loon, ons stil en lieflijk

O land van mijn harte, hoe verre of nabij

O land van roem en rouwe, van liefde

O lange stijve toren, jij staat daar jaren al

O lentelijk festijn van frisse bloemen

O lentetijd, o lentetijd, ik heb in u

O lied ! O lied, gij helpt de smart

O lied, uit mijn liefde geboren te

O Lutgardis, wonderbloem en perel van

O Lusthof! O zalige dreven daar de

O Maria die daar staat, Gij zijt goed en ik ben kwaad

O Maria hoor ons aan, voor we weer te

Omdat Gij God met rein gemoed

Omdat het lot u gunstig was

Omdat Hij niet ver wou zijn

Omdat van op de dag dat mij mijn

O mens, o mensen

O met o daarrond en dat is rechte

O mijn huisje op de heide, waar mijn

O, moeder, de vink is dood, had je de

O moeder die belofte zijt, naar wie

O moeder, mooglijk hebt gij 't al

O moederspraak, mij lief als geen,

O nacht, o blijde nacht, o nacht, vol

Onder 't blauw der Vlaams' Ardennen,

Onder 't helle gasgeflonker staat een

Onder de brug bij Anne Franke, daar

Onder de grond, onder de grond

Onder moeders paraplu liepen eens

O Nederland let op u saeck, de tyt en

O Nederland let op uw zaak, de tijd en stond is daar

Ons bruine vendels marcheren de jeugd van de Koning

Ons eerste kind, ons engelke

Ons genaket die avondster

Ons is geboren een kindekyn

Ons Kerels hoort het streven om de

Ons kindeke zit er te karmen, dat lief lief manneke

Ons, kinderen van belgi, trof de oorlog al te zeer

Ons landje heeft een koningin, die

Ons landje was een landje van

Ons Leuven is een wonderlijke stad,

Ons leven is een beeldverhaal, een

Ons lied knalt als een salvo kort, wijl fier de vendels flappen

Ons Liesje zat te treuren, dat doet

Ons roept de zonne ons roept de aarde

Onsterflijke strijders verzonken

Ons Vader God geprezen, die in de hemel zijt

Ons vendels stappen dapper aan, ons

Ons Vlaand'ren is verrijzenis, 't

Onthout, onthout, Vlaenderen, dijn recht is out !

Ontmoedigd zucht de wandelaar

Ontvang Heer, mijn belofte en mijn

Ontwaak nou uit jou drome, die

Ontwaak ontwaak, de zon is daar, haar

Ontwaak, ontwaak, daar kraait reeds

Ontwaak, ontwaak, de morgen breekt

Ontwaak, ontwaak, de roep van de haan

Ontwaakt gij lange slapers, de

Ontwaakt, gij lieve vogels klein, ontwaakt

Ontwaakt gij luie slapers, de koekoek roept u op

Ontwaakt, loopt herders, deze nacht

Ontwaakt, ontwaakt, begroet de dageraad

Ontwaakt, ontwaakt, de morgen breekt

Ontwaakt! Reeds straalt een gouden zonneglans

Ontwaakt, verworpenen der aarde

Onwaardig heb ik toch mijn kluis gesi

Onze hulp is de naam van de Heer

Onze kat, wirre-wirre-wat, heeft een

Onze lieve Heer op een klein ezelke

Onze lieve vrouw van de koude bronne

Onze Lieve Vrouwe der koude bronne,

Onze poes heeft poesjes gekregen,

Onze redding uit het kwade

Onze Vader in de hemel, geheiligd zij

Onze Vader in de hemel, maak alles

Onze vreugde werd geboren in deze

Onze wet onz' leuze luidt aarzel niet

Onz' Vader, God geprezen, die in de

Ooit onder poeder van kalk en goud

Ook als de regen gutst in wilde

Oom Arend is naar zee gegaan

Oompie het vier stoute seuntjies

Ooooo wat een pech

Oorlog, oorlog, bloedige oorlog, o,

Opa Bakkebaard heeft een huisje

Op bergen en in dalen en overal is God

Op de berg van Gloria, Gloria, Gloria

Op de grote, stille heide, dwaalt de

Op de horizon van 't Houtland donkert

Op de kermis, op de kermis

Op der Alpen fiere kruinen klinkt des

Op die Hoeveld sterwe die dag, ek is

Op die sportveld, op skool sal ons

Op een dag in de lente hebt g'Uw zoon

Op eenen boom een vogel zat, een

Op eenen Kerstnacht als Sint Jozef lag te rusten

Op een gitzwarten hengst daar rijdt de dood

Op een grote paddestoel, vol met

Op een houten bruggetje

Op een paard van zonnestralen rijdt een ruiter door het land

Op enen boom een koekoek, simsaladim, bombam

Op enen Kerstnacht, als Sint-Jozef

Op frisse paden stappen wij en zien niet achteruit

Opgewekt, meisjes en knapen

Op gij allen, op en zingt, tot het

Op gij luie slapers, hier is ATB

Op het laatste avondmaal sprak Jezus

Op, jongens van het Kempenland waar hoog de wolken zeilen

Op kameraden, nog is het tijd

Op Kassel aan in donk're nacht, heija

Op makkers op, harop, de leeuwenvaan

Op marsch, op marsch naar bosch en

Op meisjes, in den rondedans, nu

Op mijn hoofd staat een bonnetje en

Op nu allen, komt en zingt tot het

Opoe had d'r heele leven voor d'r

Op onze weg zijn rozen schaars

Op slag van de middernachtsure, broem

Op slapers, wordt toch wakker, de koekoek roept

Op socialisten, sluit de rijen

Op straat wordt God geboren, verlaten

Op uw feestdag, lieve moeder, kom ik

Op zijn blote voeten, met zijn klein

Op zijn blote voeten, met zijn wit, wit hemdje aan

Op, gij jonge wandelaar, op, de

Op, jongens van het Kempenland, waar

Op, proletaren, ziet de vanen

Op, slapers, wordt toch wakker

Opstaan, kleren aan

Opstaan, opstaan, opstaan, gauw je

Op uw feestdag, lieve moeder, kom ik blijde voor u staan

Op, volk'ren, op

Op zijn bloote voeten, met zijn wit, wit hemdjen aan

Opzij, opzij, opzij. De poppenstoet

Ora viva, 'k draai mijn handen

Oranje boven, Oranje boven, leve

O Rome's roem en luister, Uw stem

O rusplaats van heide, breed golwende

O Schelde ik heb uw stem gehoord

O schitt'rende kleuren van

O schommel zacht

O Simeon, stokoude man, ga

O smart die 't hart doorwelde

O soete bloemkens van de hoven, u

O soeten Jesus Godt en Mensch, doet

O Stellenbosch, o Stellenbosch, o

O, strijders, die uw liefd' en leven

O Suiderland skoonste op heel hierdie

O tijd die henenspoedt! O broze brug

O toren, en o Scheldevloed, nooit zal

O Trawrigkeit, o Herzenlendt, ist

O 't ruisen van het ranke riet

Oude jaar! O laat ons rusten, omzien

Oud en jong, elk is verheugd en vol

Oud moederke, leg nu het kluweltje

Oud peken zegt: daar was ne keer, een

Oud Pietje Pech is foetsie weg, hij

O vader, o vader kom huiswaarts met

O Vader, ons nader U troon in

Overal in Kempenland aan het

Over alle dingen is rust

Overal sneeuw in de lucht

Over de glooiende landen zeilen de

Over Ekelsbeke klinkt steeds het

Over heel 't wereldfront zwiert Jan

Over ons Vlaanderen schavert de wind

Over zijnen ransel heengebogen

O vijand wat valsch hebt gij in uw

O Vlaand'ren gedenk aan den

O Vlaanderen lief met uw welige

O Vlaanderen mijn vaderland, voor u,

O Vlaanderens velden en dorpen en

O Vlaanderland, o moedergrond aan het

O Vlaanderland, Vlaanderland, land

O voel je dan niet, dat de lente gaat

O, Vrijdag, o, Vrijdag, die de mens

O vrij studentenheerlijkheid, waar

O, wat er in den avond ligt

O weet gij, o weet gij wat Hij heeft

Owee, wat ik je zeg, een dief nam al

O, werkers, strijdt uit al uw kracht

O wolken boven 't Scheldeland, o

Ozewiezewoze wieze walle kristalle

O zoete bloemkens van de hoven

O zoete gouw, ons Hageland, zo lief

O zondaar heb vertrouwen

Terug naar begin

P

Pacientie is soo goeden cruyt, sij

Pak al je zorgen in je plunjezak, en

Pak je laarzen, pak je jas, moeder

Pak snel een bezem, een stoffer

Pallem pallem pasen, de grootste zijn

Pallem, pallem, pasen, hei hoerei !

Pandoer, pandoer andandoeri, pandoer

Papegaai is ziek en hij moet sterven

Papegaaitje leef je nog ? Iadeeja

Parapluutje, parasolletje, 't ene

Pasen, pasen, hoog getij, 't leven van

Pat, pat, pat, pat, pat, pat, pat,

Patrouillelieders komen getreden,

Peerdje beslaan, wie heeft dat gedaan?

Peetjen heeft zijn handen vol, ei mij, gansche dagen

Pelgrimstocht der mensen

Peperbolleke kwam mij tegen met

Pier zei: ik weet een woordeke, een woordeke voor u

Piesang en papaja koue waatmeloen

Pietje zag een pakje prijken

Ping en Pong spelen pingpong

Pintepente pirlamente, pintepente paf

Plaats, ruim baan, ruim baan, helden

Ploem de pluimstaart snuffelt

Plompaart en zijn wuvetje, ze zijn

Plomperdje en zijn wijfje, die zouden

Poes mag paling doch heeft maling

Pompimpeldora kling klang klora,

Poppemie en Poppejan, woonden in een

Prijst toch de dag, als kil de

Proficiat moeder! Het wil me zo luid

Terug naar begin

Q

Terug naar begin

R

Ra, ra, wie heeft de bal

Rammele ram

Rammen drammen op m'n drumstel

Rechtop van lijf, rechtop van ziel

Recht toe recht aan de bal gepakt

Reeds buigen rijpe halmen in gouden

Reeds heeft de Vlaming veel bereikt

Rein aan 't ruisend hart gedragen

Reine roos in Rome's hoven, eedle

Retteketet boem boem

Ri ra roets, wij rijden met de koets,

Richt je jeugd en hart op 't leven

Rij maar an, ossew, rij maar an

Rijden rijden rijden in een autobus

Rijden rijden rijden in een wagentje

Rijk God wien zal ik klagen, dat

Rijk is de gouw van ons Brabantse land

Rijs op, heldhafte knapenschaar

Rijst te land d'ellende, brandt de

Rikketikketik het regent op mijn

Rikketikketik, wat hoor ik daar

Rikketik, rikketik, rikketik, mijn priemen klinken helder op elkaar

Ringelingelingeling, daar komen de

Ringtingting op een platin

Ris ras rijs, we schaatsen op het ijs

Robinson, Robinson

Roeland, Roeland, blaas je horen!

Roept God een mens tot leven

Rombombombie, een stuiver sigaren,

Rommelebommelebom! Piet gooit

Rommelpotterij, rommelpotterij, geef

Rond de kamer vloog een vlieg,

Rond een graf geschaard staan wij,

Roodborstje tikt aan het raam, tintin

Roodkapje waar gaat gij heen

Rood pioeneke, lief kapoeneke

Rood vlamt het vuur in de winternacht

Roosenkransken u zij lof, uit den hof

Roosje wees mijn liefste mijn, nu ja

Rosa, willen wij dansen, danst Rosa,

Rotte patatten, rotte patatten, rotte

Roze Mareintje, twintig in de rei

Rozenkleurige wolkjes

Ruim baan gij volk'ren, waar wij gaan  http://www.youtube.com/watch?v=Q_nx0P-rCgM

Ruimt baan voor de jonge geslachten,

Ruk open, Heer

Rupsje rupsje Nooit genoeg

Rust'loos trek ik door de landen, ver van jou

Rust mijn ziel, uw God is Koning!

Terug naar begin

S

Sa boer, ga naar de dans, sa boer, ga naar de dans!

Sa jongens blij van geest, gezongen

Sa, jongens, laat ons wand'len gaan

Sa, jongens, op, de koppen hoog

Sa kindjes opgepast, dansen, zingen falala

Sa komt, 't is meidagmorgen, al vroeg

Sa laat ons vrolijk wezen, op Sint Antonius feest

Samen dragen 't leed der dagen

Sa moeder hoorde de kemisklok

Schakel keten, zich vergeten

Schallen bazuinen, de landsknechttrom

Scheiden van u dat doet mij wee

Scheldt men op ons in Vlaanderland ?

Schenk de wijn uit hoge kruiken en

Schenk vol de lege kelken, wel vol tot aan de boord

Scheresliep, scheresliep, messen en

Schettert, klaroenen, met krachtige

Schiere schare messen, twee oude

Schipper, mag ik overvaren, ja of nee

Schipperke van de Schelde, schipperke lief

Schitter, schitter grote ster

Schoenlapper Jan zat ganse dagen bij

Schoentjes meten, schoentjes passen, op de nagelkoppen slaan

Schoon boven alle schoone, hoe maght geschien

Schoon er nog vele liedjes zijn van 't wijf

Schoon is de heide, als de morgen

Schoon is de jeugd die zelf zich eert  http://www.youtube.com/watch?v=-t_dnii1Mf0

Schoon is dit land voor onze blik

Schoon is het morgenrood

Schoon jonckvrouw, ick moet u clagen

Schoon jonkvrouw, ik moet u klagen

Schoon klaart de dag, hoog waait de vlag  http://www.youtube.com/watch?v=ZpV5Lr4Fizo

Schoon lief, hoe ligt gy hier en slaapt

Schoon lief wat mag 't u baten

Schoon lieveken, waar waarde gij den eerste meienacht

Schoon menig mens mijn be verstiet,

Schouw naar de vlag, 't symbool van

Schreiend in mijn hart en toch een

Schrijf mijn naam niet in de steen

Schud uw manen, o leeuw

Schutsengel van de Vlaamse jeugd,

Siembamba, ek is 'n baba, Siembamba,

Siembamba, ek is 'n seuntjie

Sierlijk als een vogel in zijn vlucht

Siert nu 't hoofd met krans en meien,

Sijt vrolyc groot en cleyne met desen meyentijt

Sikkels klinken, sikkels blinken, ruisend, ruisend valt het graan

Simi jadech bejadi, ani schelach we

Sint Anna 't is uw rijke roem, dat Ge

Sinte Maartensavond, de toren gaat naar Gent

Sinterklaas die zal gaan rijden

Sinterklaas goed heilig man

Sinterklaas had zeven knechten, zeven

Sinterklaas is verdwenen

Sinterklaasje bonne, bonne, bonne

Sinterklaas kapoentje

Sinterklaas rijdt over 't dak, en de

Sinterklaas van Tolentijn, wil ons

Sinterklaas vergeet ons toch niet,

Sinterklaas, die goeie heer, die komt

Sinterklaas zal morgen komen

Sinterklaas, zegt Moe, houdt van zoet

Sint Jacob, pelgrim die ons leert

Sint Jozef bereidde die wondere nacht  http://www.youtube.com/watch?v=eEQ2-zT96Fw

Sint Jozef ging al treuren, hij ging van deur tot deure

Sint Maarten had een veugeltje

Sint Niklaas goed heilig man, trek je

Sint Niklaasje kom maar binnen met je

Sint Rochus zie de ranken

Sint' Annadag is deure, 'k ben myn

Sinte Merten van deze genuchten hij

Sinte Pieter, Sinte Pieter, die wij

Sisi sisi toenata, jacusingalatu

Sjaloom, Gods vrede kome over jou

Sjing sjang sjiena

Slaap als een reus, slaap als een roos

Slaap kindeken, zoetjes en doe ze

Slaap kindje, slaap, daarbuiten loopt een schaap

Slaap rustig, heren, nog een uur

Slaap slaap mijn wichtje zoet!

Slaap zacht mijn prinsken

Slaap zacht nu mijn kind, slaap zacht

Slaapt kindjes zoet en wijs

Slaapt slaapt kindje, kindje slaapt

Slaapt, slaapt, kindtje, slaapt

Slaap, slaap, kindje, slaap en doe uw oogskes toe

Slaat op de trommele van dirredomdeine

Slape nu, slape nu, alle zoet

Slechts de vrijheid behoort heel ons

Slechts n geloof wil ik belijden

Sliep scheren en messen, singele singele bom

Sloap, sloap, sloap, kleine zuute

Sluimer, mijn lieveke, sluimer zacht!

Sluit aan, jonge werksters bij VKAJ,

Sneeuwbaard is plots vannacht, o zoo stil

Spant uw spieren, rekt uw leden

Speel op de violin, op de violin

Speel op je klarinet en op je trompet

Speleman, nu moogt gij zwijgen

Spetter spetter spat, ik word

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand,

Spilleken, spilleken, stalen

Spinnespannespon ik weef mijn witte

Spinnewielke, spinnewielke draai maar

Spinnewieltje snorre, snorre, rira,

Spoken op zolder

Springt op en toon je schoen

Stad waar Tybaert welgemoed opstapt

Sta ik bij donk'ren middernacht, zo

Sta in de morgen de lach op 't gelaat

Stantje hield zijn Wantje staan

Stap in je muzeschuitje, stap in je

Stap in wie van de wereld een mooie brok wil zien

Steeds gevangen, rein verlangen

Stemmen zwijgen, woord kan nooit

Sterren fonk'len aan de hemel, licht gelijk een veer

Stijg, o nacht, stille nacht, statig

Stil en evenwichtig vlood mijn leven

Stil, gezellig is 't vertrekje

Stil maar, wacht maar

Stil nu, stil nu, maak nu geen

Stille nacht, heilige nacht, alles

Stille, stille vlamken in het roode lampken

Stil 't wordt avond, alle klokken

Stom viel de deur dicht achter

Stookt vier, maakt vier, Sint Maarten komt

Storm op zee, de benen stevig op het

Stormvogels aan het Dietse strand

Stormvogels aan het Vlaamse strand

Stormvogels zijn wij van stormwind gevoed

Stort tranen uit, schrijt luide, weent en treurt

Strooit bloemen op hun weg, vlecht

Strooi vandaag een enkle bloem

Stroomt allen rond mij henen, ik ben

Stuur naar wal, o blonde Maged

Suddert en pruttelt de drank in de

Surrexit Christus hodie!

Suze nanje, ik weige di, wasttou wat grooter

Terug naar begin

T

Taai als het leder en hard als het

Tam tam tam tam

Tantje vindt nooit tijd genoeg

Taugeh taugeh

Te Bethlehem kwamen drie koningen aan

Te Brussel in de kerker, met boeien

Te Duinkerk' gaat het al verkeerd, te Duinkerk

Te Gent de oude stede, daar lag het Gravensteen

Te Gent hield Tijl de grote kuis

Te Gent, te Gent, in weer en wind,

Te Hasselt langs de straat, weet ik

Te Kieldrecht, te Kieldrecht, daar zijn de meisjes

Te Laren wil ik niet wonen, daar zijn de bazinnen kwaad

Te Mechelen zag Tijl de maan

Ten paradijze

Te sterven is het niet, is het niet

Ter Noordzee staan de dun op wacht

Terg niet, terg niet

Terwijl de ziel zwerft langs de zolderingen

Tesamen 't hart verheffen

Te zwoegen en te streven met al de

Thans het boek terzij gelegd en de naald ter hand genomen

Tierelierelier, wat ga je kopen,

Tijl trekt pijpend door de velden

Tikke takke regen, tik tak op het dak

Timpe tampe tovenaar, kom vertoon

Timpe, tompe, terelink, vliegt

Tinneke van Heule, ons maartje  http://www.youtube.com/watch?v=taj_uHI-tlg

Tippetippe doemdoem, tippetippe tuit,

Tiyaya, tiyaya, tiyaya o, tiyaya,

Tjoep, zegt de vlieger en hij vliegt

Toe ek die kind gevra het: waar vind

Toe jongens, flink gezongen, de zang

Toe woed jul storme, loei met mag, my

Toemba toemba toemba

Toen de herderkens in Vlaanderland

Toen den Hertog Jan kwam varen  http://www.youtube.com/watch?v=2w05YNLevfA

Toen eertijds fiere Vlamen, gekrenkt

Toen Hanselijn over de heide reed,

Toen het duister was gezonken over

Toen ik laatst naar Den Bosch toeging

Toen ik ne frische jonkman was, trouwde ik een stokoud wijf

Toen ik voor 't eerst jou heb gezien in 't land van Noord-Scharwou

Toen ik voor 't eerst mijn Fientje

Toen Jan nog jong een meisje nam

Toen Jan nog maar een Jantje was, op

Toen Jezus in zijn uur

Toen Jezus, na zijn leering, den berg

Toen 'k een jongen was van amper achttien jaar

Toen 'k voor 't eerst haar zag, zong

Toen kleine zusje ziek werd

Toen No pas kwam uit de kas, dan zag

Toen onze Mop een Mopje was

Toen Schelde en Leie hier samen, het

Toen Tijl de Zwingeul zag verzanden

Toen Tybaert ooit de vos bezocht

Tokt op een ijdele ton ton ton

Tok zei de kip en kreeg toen de hik

Tomatensalato, matensalatoma

Tonneke, tonneke bier, bier, bier,

Ton, ton.. een glaasje bier, kuipertjen is hier!

Torentje, torentje bussekruit, wat

Tot wederziens, tot wederziens

Tot weerziens Kerels, gaat in vre,

Tracht 't kollegie te vergeten,

Trager komt de avond aangevaren

Tralalilalonia

Trara! Zo blazen de jagers. Trara!

Trara, dat galmt als jachtgezang

Trara, dat klinkt als jachtgezang

Trara, trara, trara, zo klinkt er het

Trarajdadidadirajdadi

Trarira, de zomer is weer daar

Trek aan de riemen, wij varen, flink op de maat van een lied!  http://www.youtube.com/watch?v=aPgQsIO4XB4

Trek aan de touwen, hoger de zeilen,

Trekken droef moe, tot de dood toe,

Trekkermaat, goeie maat, jou

Trientje, Katrientje laat je klompjes

Trommelen roffelen, trommelen roffelen

Trom, trom, wat leger trekt door

Trots reiken eiken hogewaarts, hun

Trouw denk ik aan mijn blonde heide,

Tsjing tsjang rijst en thee, eten de

Tsjinge tsjange tsjoke

Tsooren was een rijk man, een

Tu tutu tutu tu tutu tutu tu

Tum tum pisca tunga

Tussen kazernegebouwen, pal als een

Tussen Keulen en Parijs leidt de weg naar Rome

Tututu, tatata, roemboem,

Twee aan twee, twee aan twee

Twee emmertjes water halen, twee

Twee kind'ren togen, hand in hand,

Twee kraaien vliegen over 't land

Twee zustersterren wenken, twee zusterzielen denken

Twinkel, twinkel kleine ster, o wat

Twintig mezenvoetjes hupp'len

Terug naar begin

U

U zeegne God, hij stelle u

Ubi sunt gaudia, daar waar d'eng'len

Ubi sunt gaudia, waar de engelen

Uilenspiegel sprong aan boord

Uilenspiegel vanuit Damme

Uilenspiegel Vlaamse schalk

Uit angst en nood

Uit Artis is een beer ontsnapt

Uit den schoonen Oosten kwamen vorsten rijk

Uit der dagen grauwe zorgen

Uit diepten van ellende

Uit die stad uit, in die veld in

Uit een groots en zegerijk verleden

Uit het vrome Vlaams verleden

Uit Oostenlanden kwamen met

Uit Rome naar ons Noorden klonk

Uit stormen geboren, geen vrije man

U komt de lof toe

Ulenspiegel, Ulenspiegel

U lijkt zo groot

Uren, dagen, maanden, jaren vliegen

Uten longhen frisc gesonghen een

Uw boodschap dragen wij

Uw brief heb ik ontvangen, Alexander

Uw klokken luiden in mijn hart, een

Uw leven kind is nauw het leven waard

Uw liederen zij klonken tot ver in de

Uw vader, lief kindje, zong zelden of nooit

Uyt Oostenlande quamen met offeranden

U zingt mijn ziel op blijde toon

Terug naar begin

V

Vaandel, wapper aan de Schelde

Vaanderig der martelaren, Stephanus

Vaarwel en goede nacht

Vaarwel mijn broeder

Vaarwel, o mijn lief Kempenland

Vaarwel, vaarwel, mijn dierbaar

Vaarwel, vaarwel, m'n zoete lief

Vader Abraham had zeven zonen

Vader die in den hemel zijt, Uw wil

Vader Jacob, vader Jacob, slaapt gij

Vader, Heer en mensenvriend, laat

Vader, Zoon en Heilige Geest

Val maar, leutig regendropje, val maar op mijn kroezelkopje

Valentijn was groote minnaar

Van al de vreemde streken, 't zij in

Van al die vele volken

Van alle haat ontheven

Van de bergen naar de heuvels, van de

Van de bloemen, die er pralen in het

Van de fjorden tot de Oeralrug, tot

Van der Maren ging uit varen

Van God is de aarde

Vangt aan en zingt tot het klinkt

Vangt aan! Vangt vrolijk deze stonde

Van Guldensporen zult gij horen, en

Van het dorpje naar de stad, dan

Van het geslacht van al de dieren wil

Van je ring ting ting torentje, en de

Van liefde komt groot lijden en onder

Van mannen in oorlog, van mannen

Van minnen ben ik dus gewond: geef mij dijn hart

Van op Corsica tot in Litouwen, staat

Van Suide en Noorde, van ver verre

Van 't oude Brabant, kroonjuweel, en van gans Vlaanderen

Vanuit de stad van de Sinjoren

Van vreugde ons alle kinderkens zingen

Van vrouden ons alle die kinderkens zingen

Van vrouden ons die kinderkens zingen

Van waar koms du getreden, zoo laat door rein en wind?

Van waer compt ons den coelen wijn,

Vanwaar zijt gij gekomen

Van zelf als de vogel zijn morgenlied

Van zoeme, zoeme, zom zom zom, een

Van zoveel mooie bloemen ken ik de

Vastenavond is plezant

Vedeldi, vedeldei, buiten in bloemen

Veel mansen gaan te middernacht

Veel voor anderen te wezen, hen te

Veni Creator Spiritus

Verblijdt u, Vlaenderlant, schoon

Verborgen leed moet ik in 't harte dragen

Vergeefs zal ooit onschone hand naar schoonheid willen grijpen

Vergeet hen niet

Vergeet mij niet zo heet het bloempje

Verheft uw hart

Ver hier vandaan en toch heel nabij,

Verkondig, koekoek in het hout

Verlaat je bed in de morgenstond

Verlangend zie ik uit en tuur

Verleden vliet in deze panden

Verliefde mei, verliefde wei

Verre van het stadsgewemel dat den

Versier u, Grietje, sier u, om met mij mee te gaan

Vertrouwen, wij bouwen met dit kruis

Verwijl bij ons, o Heer, want reeds

Vier weverkens zag men ter botermarkt gaan  http://www.youtube.com/watch?v=ni27FOcjmcE

Vijf berken in het nevellicht staan

Vijfentwintig, vijfentwintig

Vijfentwintigste december, foem, foem

Viooltjes, viooltjes, mijn zoete maatjes

Viooltje zacht van kleuren! Gij siert

Visje, visje in het water

Viva, viva la musica, viva, viva la musica

Vivolala, vivolala, nmaal tweemaal

Vlaamse kerlinnekens, Vlaamse knapen

Vlaanderen dag en nacht denk ik aan u  http://youtu.be/q999BLVYNsc

Vlaanderen roept, ten strijd, ten strijd

Vlaanderen verblijden wilt in uw lijd

Vlaanderen volg de witte Kaproen  http://www.youtube.com/watch?v=_VrnuHizgFw

Vlaanderen, geheiligde grond, waar

Vlaand'ren laat in 't zonneschingen

Vlaandrens mannen, wanneer blikt gij

Vlaand'ren roept, uit elke toren klinkt een klok

Vlaand'ren vertrapt en verdrongen,

Vlaenderen, dach en nacht denc ic

Vlaenderen, Vlaenderen, dach en

Vlaend'ren die Leu klonk de vrijheidskreet  http://www.youtube.com/watch?v=UYfZExTC9Sk

Vlaggen en vanen, kleurenstoet

Vlakbij een landlijk kerkje staat het boerenparlement

Vlamingen vielen, moed werd tot zaad

Vlammen laait op, licht ons, bezielt ons tot stralend heil

Vlammen rijst hoog, vlammen rijst hoog!  http://youtu.be/tbPmtuqYbOU

Vlammen warmen harten van die vrij

Vlecht nu rozen, liefderozen

Vlegels op, en vlugge, plof, kromt uw nek en rugge

Vliegen, vliegen, vliegen, boven wil

Vlieg op, dikke vlieg, dikke bromvlieg

Vliegt de Blauwvoet, storm op zee

Vliegt een vogel, vliegt een vogel

Vloei zachtkens o Leye door weide en

Vlug uit je bed, hoor het signaal

Vodde en benen, vodde en benen, 'k

Vogeltje gij zijt gevangen, in een

Vogeltje wat zingt gij vroeg, wat

Volkeren jubelt en klapt in de handen

Volk van Vlaanderland, eeuwen bezet,

Volk wil 't geweer van fiere soldaten

Volk'ren der aarde, weest allen

Volk'ren ontwaakt, de bange nacht

Voorbij de zon en de wind weet ik u

Voor de groentewinkel stond

Voor de hoppeduveldans

Vooreerst moeten wij zeilen, drie

Voor je Koning dapper leven die als

Voor jou, mijn lievekijn, breng ik de

Voor jou zing ik dit eeuwenoud refrein

Voor Lamme gold alleen maar vet

Voor mijn geboortehuis daar staat een linde

Voor Nerland een lied op een

Voor ons Lieve Vrouw ten Eik

Voor Sinterklaas den kindervriend

Voor spijs en drank, voor 't

Voortrekkers voorwaarts hand aan hand

Vooruit de jonge Vlaamse schaar,

Vooruit nou jongens, het is zover

Vooruit ten strijd, vooruit, ten

Vooruit, studentendiet

Voor Vlaand'ren wil ik zingen, waar

Voor Vlaandrens gouden kusten,

Voor vrijheid en eigen aard met ons gezang te wege!

Voorwaarts en niet vergeten wat maakt

Voorwaar, voorwaar, ik ben de deur der schapen

Vredekoning, Albeheerser, Vorst,

Vreugd ende deugd mijn hert verheugt

Vreugde hoogste hemelgave, pool van ieder mensenhart

Vreugde met tien is tienmaal vreugde,

Vreugde moet er, vreugde moet er zijn

Vrezend en klein, verbergt zich bange

Vrienden allen groot en klein,

Vrienden, en wilt nu dit liedje aanhooren

Vrienden ik hoor tegen 't Kempenland

Vrienden laat ons allen vrolijk zijn

Vrienden nu eens blij gezongen

Vrienden, wilt gij met ons wonen?

Vrienden wilt mij excuseren, van te

Vrienden, 't is tijd om uw paksken te

Vrienden, komt zit neder in de ronde

Vrienden, laat ons samen drinken,

Vrienden, nu eens blij gezongen

Vriendje, vriendje, kleine vriendje

Vriendschap is een rijke bron van

Vriendschap is een roos doen bloeien

Vriendschap kwam mij zoetjens strelen

Vrij is de visvangst vrij is de jacht

Vrij wandel ik de steden uit

Vroeger in de Kempen, als men vriendschap sloot

Vroeg er uit en vroeg er in

Vroeg in den morgen 't hart vol daan

Vroeg smrens as die haantjie kraai

Vrolijk en vrij, luchtig en blij

Vrolijke, vrolijke vrienden, vrolijke

Vrolijk herders, komt vrij binnen,

Vrolijk wil ik wezen, vreugde kan

Vrolijk zijn en niet te klagen

Vrome vadre, fier en groot! Deur

Vroolijk, vroolijk Nieuwejaar

Vrouw gans zat in de mijt, toen tot

Vrouw Venus' zoontje, van Bacchus beschonken

Vruegde wil klinken in dit lied: om

Vuren lichten over d'aard, vlammen

Vuurvliegie, Vuurvliegie

Terug naar begin

W

Waait mij nu zoetjes o zuchtende wind

Waait mij, waait mij nu zoetjes

Waakt! Waakt op! O jongens

Waar 't voetpad langs de heining

Waar allen trouw'loos falen, daar

Waar Breughel door de velden liep

Waar dat men zich al keert of wendt

Waar de blanke top der duinen

Waar de bomen zacht ruisen in de

Waar de Dommel welt, waar de Nete

Waar de kerelen woonden, daar wonen

Waar de leeuwen hebben gedanst

Waar de Maas en Schelde vloeien, en

Waar de Nete stroomt als een zilv'ren

Waar der beuken breede kronen ons

Waar de Schelde met de Rupel

Waar de sport ook om zich heengrijpt,

Waar de wilde bij gonst, daar is mijn

Waar de wind waait

Waar een volk leeft, leeft een recht

Waar een zee van kleine dennen dartel door de dorpen stuwt

Waar gaan jij heen, gaan jij heen

Waar gaat gij heen, o godgeliefde

Waar God zijn milde vaderzegen laat

Waarheen de windroos wijst

Waar het wuivend loof der palmen

Waar hoog die steile bergpad in

Waar ik ga, waar ik sta, komt de echo

Waar in 't bronsgroen eikenhout  http://www.youtube.com/watch?v=Z5ZoPBXPCwQ

Waar is de dag gebleven die mij het licht zou geven

Waar is de tijd dat wij nog harde liedjes zongen

Waar is de waard, waar is de waard,

Waar is er kerke zonder zang, of

Waar is het land van Timmermans en

Waar is Jan met de bokkewagen, hij is niet hier

Waar is Jan, de pannekoeken bakken an

Waar kerelen woonden, daar wonen we

Waar kruis die spoorweglyne, en draai

Waar kunnen wij beter zijn

Waar kunnen wij nog beter zijn

Waar leuke zielen zingen blij te gaar

Waar ligt mijn duurbaar vaderland, is

Waar Maas en Schelde vloeien  http://www.youtube.com/watch?v=_Fhu5zBnA7E

Waar meeuwen scheren blonde duinen

Waar men zingt, muziek weerklinkt

Waar mijn liefste heeft gekropen zijn geen sporen

Waar nimmer vriendschap wijkt in nood

Waarom gaan de jagers uit voor de

Waarom ik de oude Kempen loof

Waarom koken de boeren die pap zo dun

Waarom ligt gij daar zo schreiend in de koude winternacht

Waarom nu naar Tyrolen of Zwitzerland te gaan

Waarom toch zo bedroefd, mijn hart

Waarom, waarom, waarom, ik voor geen vreemden buig?  http://www.youtube.com/watch?v=unXsWB4NU6E

Waarom, waarom zijn wij zo vro

Waarom weet gij nu nog te melden

Waarom wenen de bloemen

Waarom wij dan gekomen zijn

Waarom wilt gij, laatste roze, hier

Waarom wilt ge niet vrolijk zijn, niet vrolijk zijn

Waarom zo vroeg het kind, ontwaart

Waar pelgrims gaan

Waar rijst onze eed'le driekleurvaan

Waar ronde, Vlaamse leute heerst, en zielen, vrij en blij

Waar ruist de blonde Scheldevloed

Waar staat jouw vaders huis en hof

Waar stormen huilend klagend jagen

Waar 't beste bier gekelderd wordt?

Waartoe dienen mij mijne oogen

Waar t' voedpad langs de heining

Waarvan gaan er de boeren, de boeren

Waarvan, waarvan drinken de schoenmakers bier?

Waar waaien de winden zo wijd over

Waar was men vrij toen alles boog? In Vlaanderen!

Waar wij gaan met gelach en getrom

Waar wij in liefde samenzijn

Waar wij in ons dromen horen, 't

Wachter op de heil'ge muren, Wachter,

Waer dat men sich al keerd of wend,

Waerom sijt ghij soo langhen tijt van

Wakk're jongens, Hollands trots

Wanneer de bloempjes opengaan in 't

Wanneer de dag geindigd is

Wanneer de heide bloeit in bronzen

Wanneer de koekoek roept in mei, dan

Wanneer de lentezon je tegenlacht, de

Wanneer die lente met sy weelde van

Wanneer dit kleed wordt afgelegd

Wanneer een zenuw bij je slaap opvallend snel

Wanneer ge in de hemel de tekenen

Wanneer ge schaverdijnen gaat, Jan

Wanneer ik aan mijn wiegenestje denk

Wanneer ik aan tante nonneke denk

Wanneer ik door de velden ga

Wanneer ik ga slapen, dan komt mijn

Wanneer ik op Vlaanderens kimmen

Wanneer ik thuiskom is de zomer weg

Wanneer ik uit de vreemde kom

Wanneer in 't dal te Bethlehem een

Wanneer in 't Oosten weer de zonne daagt  https://www.youtube.com/watch?v=BnkVgYfL0T0

Wanneer in de lente 't zonneke

Wanneer Oranje is weergekeerd na lang

Wanneer we stappen langs de baan, het

Wanneer, verdelgend, door het schone

Want gij zijt goed en vol liefde

Want God is goed

Ware 't niet dat wij er zijn

Warken wllt wi, Mann fr Mann

Was moeder, voor jaren, een lachende perel

Was muziek en zang er niet

Wat brandt daar op die bergen, Toekang

Wat doet de voerman ? Hij voert zijn

Wat doet gij al in 't groene veld

Wat eens een helder beekje was is

Wat ga j'een zondagachternoen, langs de dijken

Wat gaan we doen met de dronken

Wat geeft de kus een zoet geluid

Wat heb ik vaak, in stillen nacht

Wat heeft dat Vinus' kind verteld

Wat hoor ik toch, wat hoor ik toch ?

Wat is 't leven, klonk de vrage, bij

Wat is beter toch dan bier, joecadei,

Wat kriebelt er op m'n neus?

Wat moeten dat voor ruimten zijn

Wat rozenpracht, wat een golf van aromen

Wat vindt men toch mottige neuzen in

Wat voor vijand durft ons naken, vier gebroeders op een paard!

Wat wals is vals is, was de kreet uit

Wat woelt mijn kindjen zijn voetekens bloot

Wat zal ik u geven mijn lieveken zoet

Wat zang, wat klang van d'engelen

Wat zijn er toch mottige neuzen in 't

Wat zijt Gij goed, o Heer, geheel

Wat zijt gij schoon o Kempenland

Wat zingt die hoge toren toch, die

Wat zong het vroolijk vogelkijn, dat

Wat zullen onze patriotjes eten, als zij in 't leger zijn?

Water dat voorbij mij vaart en

Wazig avondduister, weemoed in mijn  http://www.youtube.com/watch?v=kHushQsgiTA

Wech op ! Wech op ! Dat herte mijn,

Weer daalt de sneeuw in dikke vlokken

Weer dreunt een lied van kerels langs

Weer is de winter voorbij

Weer komt Maria met de lieve mei viva

Weer kriek die goue more, lalala

Weer straalt de zon, een nieuwe dag

Weer strooien meisjesscharen hun  https://www.youtube.com/watch?v=kNYXyV48rlI

Weer zwelt de knop, weer groent het

Wees begroet met jubeltonen, wees

Wees bereid tot luisteren

Wees braaf nu, mijn kindje, want

Wees gegroet Maria, vol van genade

Wees gegroet o Sterre, o Maria zoet,

Wees gegroet, Maria, vol van gratie,

Wees niet wijzer dan het kind, speel

Wees sterk, wees sterk, daar is 'n natie te lei

Weest nu verblijt te desen tijt, wie

Wees welkom, lieve, schone mei

Wees welkom lieve vrouwe musica

Wees welkom, wees welkom, o heerlijke

Wees zonder vrees voor morgen, o mens

Weet ge wat, weet ge wat, weet ge wat

Weet gij of vriendschap

Weet gij wel hoe de krijg begon

Weet je hoe de merel zingt, hoor je

Weet je wat de boer zijn haantje

Weet jullie wat's die liefste plek in

We gaan slapen zei Duimeloot

We gingen met een zucht

Weg met de winter, weg met zijn

We hadden een harlekijntje, dat was

We hebben een broertje gekregen van Gust de ooievaar

Wek op, mijn lieve kindelijn

Wek op, wek op, dat herte mijn

Welaan gij jonge makkers, de tijd is daar

Welaan maar vlug aan 't jagen

Welaan, gij Vlaamsche zonen

Welaan, zing nu luid en jubel blij

Wel Anne-marieke, waar gaat gij naartoe?  http://www.youtube.com/watch?v=-DFWxfbjuQc

Wel Annemarieken, waar ga je naar toe?

Wel hoe, de wapens dragen voor

Wel Island gij bedroefde kust

Welkom broeders, welkom broeders

Wel mensen, zaagt ge Sikkebaard niet

Wel wel, mijnheer van Cauwelaert

We moeten zachtjes lopen

Wen de aleerste zonneschichten

Wen des leeuw'riks tierelieren en des

Wendenachten op de heide, kameraden,

Wens toch niet voor wat rode wijn,

Werk, werk, lekker werk, arbeid adel,

We rollen een sneeuwbal, zo groot als

Werpt uit uwe netten!, Zo sprak de

We stegen met een zucht, al boven in

We stonden hulploos op het werk

Wetenschap, licht zonder warmte

We trekken met de makkers uit, we

We vragen van de dagen dat ze

We zijn drie dikke vrienden, de poes, de hond en ik

Wie als een God wil leven

Wie Christus mocht ontmoeten

Wie dat zichzelf verheft, temet, werd wel een arme sleter

Wie de doven kan doen horen is voorwaar een hele Jan

Wie de gagliarda, wie de gagliarda dames, goed wil leren

Wie droomt daar stout een grootse droom

Wie gaat er mee kamperen

Wie gaat er mee, wie gaat er mee naar

Wie gaat er met ons mee naar de oehoe

Wie gaat mee, gaat mee, over zee? Houd het roer recht!

Wie gaat met ons mee over zee? Houd het roer recht!

Wie geen taal heeft is geen naam weerd

Wieglen, wieglen op de stroomen

Wie graag eens een reisje naar

Wiegt blij mijn schipke in de wind,

Wie heeft er hem die naam gepast van dief en zakkenvuller?

Wie heeft er het lied van de tortel gehoord?

Wie heeft er ooit het liedje gehoord

Wie heeft u zo geslagen, mijn Heil

Wie heeft, wie heeft gemaakt een

Wie herbracht hier de rust op een teken van zijn hand?

Wie houdt niet van de Kempen

Wie kan de blaren tellen die aan de

Wie kan er leven zonder lied ? Alleen

Wie kan me zeggen, wie wil me zeggen,

Wie kan zeilen zonder wind, wie kan

Wie kent de stad, waar alles nog van Vlaand'rens grootheid spreekt?

Wie kent er de Kempen, wie kent er de hei

Wie kent er iets op aarde, wat meer ons heeft bekoord

Wie kerelsbloed in de adren heeft

Wie klopt er op mijn kamerke, 't is

Wie komt daar zo laat voorbij ?

Wie komt in huis met veel gedruisch?

Wie kust er zo driftig der duinen zand

Wie met ons wil naar buiten gaan,

Wie mint de lieve bloempjes niet, de bloempjes die daar geuren

Wie naar het altaar gaat

Wie niet lopen wil

Wie niet zijn tale mint veracht heur

Wien loven de starren, die lachen en

Wien Neerlandsch bloed in d'adren

Wie nu 't bos ingaat, hoort een vink

Wien vloeit nog 't onverbasterd bloed

Wie onder die skerm van die Hoogste

Wie ooit naar vreemde landen trok

Wie recht in vreugde wand'len wil,

Wie rusten wil in 't groene woud, wie

Wie thuis hoort bij de rijken en zich moet laten kijken

Wie tot U komt

Wie 't werk niet eert, wie 't werk

Wie vaak van in de morgenstond

Wie volgt de weg van het water?

Wie voor liefde leeft, leeft van schoon verlangen

Wie was degene die de loverkens brak,

Wie, wie kent Vlaanderens student,

Wie wil dit volk vernietigen

Wie wil er mee naar Wieringen varen

Wie wil er met mij nu naar Dietsland rijden?

Wie wil er van mij kopen, ik heb m'n

Wie wil horen een historie, al van ene jonge smid

Wie wil met ons naar buiten gaan,

Wie wil prettig met ons zingen

Wie zag ik op 'nen avond

Wie zal er ons kindeken douwen, en doet het zijn moederke niet?

Wie zal ons brengen aan d'andere

Wie zijn die knapen blij en blonde,

Wie zijn taak als mens vervulde

Wie zingt de canon voor, de and'ren

Wie zocht die kon me vinden: ik lag onder mijn boom

Wie zoon is van dees vrijen grond,

Wie zou er een kindeke hebben, dat braver dan 't onze kan zijn?

Wiezewiezewat, wie z'n pand is dat,

Wij belgische legerknechten zijn fier

Wij beven voor geen grimmig woord,

Wij boeren en boerinnen, wij werken dag en nacht

Wij breken het bolsjewiseren, de

Wij danken God den Heer, Hij geeft

Wij danken, Heer, voor 't daglijks brood

Wij danken U o Held, die Satans

Wij danken U voor 't daaglijks brood

Wij danken u voor de lieve zorgen,

Wij danken U voor het heerlijke eten

Wij danken u, Koning, voor al wat Gij

Wij danken voor de lieve zorgen

Wij dartelen tusschen bloemen, die

Wij dekken de tafel

Wijd open de vensters! Er uit met de

Wij dragen 't geluk op ons opene hand

Wij dragen de moed en wij dragen de

Wij dragen de zon in ons jeugdig gemoed

Wij dragen een vlag de heuvel op, wij

Wij dragen het morgenrood in onze

Wij drijven de ploeg door het land

Wij gaan onzen boer halen, zoete lieve gareltjes

Wij gaan op weg naar Londen

Wij gaan vooruit, vooruit door het veld

Wij gaven andere namen

Wij geuskens willen nu zingen in deze meietijd

Wij groeten de vlag in de morgen

Wij hebben de vaandels geweven

Wij hebben lang gestreden, gebedeld en geklaagd

Wij hebben ons kusje in 't kastje gesteken

Wij hebben ons verbonden door sterke

Wij hebben op de fluit gespeeld en

Wij hebben U, o Jezus, plechtig

Wij hebben veel te lang gedraald, om onverschrokken

Wij heffen fier de leeuwenvaan

Wij hijsen bij het gloren van de

Wij hoeven niet te treuren

Wij Hollandsche knapen zoo jong en

Wij horen huilen in de holle nacht

Wij houden van stormen en bruisende

Wij houden van trukken noch tierelantijnen

Wij kabouterventjes stappen door het

Wij keren tot de kern der dingen

Wij klommen op hoge bergen, en keken ter zeewaart in

Wij komen alle drie uit vreemde landen

Wij komen al van 't Oosten, wij komen al van ver

Wij komen juichend u omringen

Wij komen u begroeten die onze Moeder zijt

Wij komen u groeten, zijn blij u 't

Wij komen van Auvours, de hel!

Wij komen van Oosten, wij komen van ver

Wij leven vrij, wij leven blij, op

Wij leven waar hij heeft geleefd, wij

Wij lopen in een liedje elkaar steeds

Wij lopen naar de groene weide, die

Wijl rondom u woelt de bonte wereld,

Wij maken een kringetje van jongens

Wij mannen der Blauwvoetvendels,

Wij marcheren zijd' aan zijde, in een

Wij mij dat bloemke blauwe, als gij

Wij mogen nooit vergeten de strijders van weleer

Wij Nederlanders zijn wat stug en in

Wij reizen om te leren, door heel het land

Wij reven en wij weven dat hemdje

Wij rijden fris door 't morgenrood,

Wij roepen, Heer

Wij schrijden onder 't sterrenheir

Wij schrijden strijdend door het land

Wij sjong' in lietsje foar de fgels

Wij smeken nu den heill'gen Geest

Wijs mij de weg naar Bethlehem, daar

Wij snellen als het klokje klept, met

Wij speelden in een groene wei, daar

Wij, spinsters van de vlasfabriek

Wij staan in de rijzende dageraad,

Wij stappen al zingend door bos en

Wij stappen als ploegers door onze

Wij stappen door de heide, de vlegels

Wij stappen geren zingend langs de baan

Wij stappen graag door steeg en

Wij stappen lustig door het land,

Wij stappen met ons regiment door

Wij stappen vrolijk langs de wegen,

Wij stappen weer, wij wand'len weer

Wij steken zo gaarne de vaan op als

Wij stellen ons jeugdige krachten

Wij stichten brand, in Vlaand'ren,  http://youtu.be/WC1b_gjO3dI

Wij strijden voor 's volks ere, doch

Wij trappen lustig op een vaste maat

Wij treden voor Uw aanschijn, Heer

Wij trekken door bos en door heide

Wij trekken langs de banen met rustig  http://youtu.be/JkO8nwhPn8g

Wij trekken naar de verte, het nieuwe

Wij vonden u bij 't witte hekje, arm vogelijn

Wij vragen wat rechtmatig is, een

Wij wachten op de engel, de ster en

Wij waren bei gebroeders, doch hij de

Wij waren kameraden, een bet'ren

Wij wensen u in 't nieuwe jaar, veel bloemen

Wij willen Holland houen, ons

Wij willen samen vieren

Wij willen van de kerels zingen, zij zijn van kwade aard

Wij willen vanavond vrolijk zijn, en drinken

Wij zien naar Rome, naar het heilig

Wij zijn al bijeen, al goe kadulletjes

Wij zijn al bijeen, al goede Knapen,

Wij zijn de astronauten die op verkenning gaan

Wij zijn de bloempjes van de dag

Wij zijn de druppels van de zee

Wij zijn de jeugd en aan ons voet ligt kronklend 's levens baan.

Wij zijn de jongens uit het volk

Wij zijn de soldaten van morgen

Wij zijn de Vlaamsche kerels

Wij zijn de wilde Noren, wij de zonen

Wij zijn er buiten, met pak en zak

Wij zijn er met den avond vroeg slapen gegaan

Wij zijn gebroeders, zoals ge ziet

Wij zijn het die stappen geestdriftig

Wij zijn het Dietse vendel, die naam zijn wij verplicht  http://youtu.be/0z0vnxuz0FE

Wij zijn hier samen als goede

Wij zijn jong, de aard' ligt open

Wij zijn jong, ons hart gaat open

Wij zijn laatstmaal bijeen gekomen

Wij zijn uw jeugd, ons lokt de zon,

Wij zijn, wij zijn de jonge strijders

Wij zijn wollewevers allemaal

Wij zonen van het Kempenland, wij

Wij zuchten diep bij al ons lijden

Wij zwaaien de hamer met forsige hand

Wil men goed en fijn dineren, gaat

Wilde gezellen door stormwind

Wilhelmus van Nassouwe, ben ik van Duitsen bloed  http://www.youtube.com/watch?v=lEL_xGifWDk

Will niemand singen, so sing'aber ich

Willen wij, willen wij, 't haasken jagen door de hei?

Wil mijn herte, o Heer, ontvonken

Wilt er niet om treuren, eenmaal

Wilt gij, vrienden, u generen in het

Wilt heden nu treden voor God den Here

Wimpels waaien over Vlaand'ren, heija hojo  http://youtu.be/sSxyUGDFo9s

Wind, wind, ruisen ! De maan wil gaan

Windeken, daar het bos af drilt, wees

Windeken, waar het bos van trilt

Winden wuiven, golven stoeien

Wips op Hageland en Kempen, Diest!

Wit zand en grauw zand wie koopt mijn

Witte witte pluimpjes stieven jongens

Witte wollen vlokken dwarrelen

Witte zwanen, zwarte zwanen

Wi willen heden vrolic sijn op desen

Woewoewoe, ik let op de deure, woewoewoe

Wolken jagen door de luchten, stormen

Wolkenversluierd is de hemel, voorbij

Wonderschoon prachtige, grote en

Woont hier een landvolk dat arbeidt

Wordt wakker, 't zonnetje is al op

Wuivende vlaggen vaandelt in de

Wyjdoeljji na

Terug naar begin

Y

Y speralalui, o willinkwetskididi,

Yoekadiere, joekada

Terug naar begin

Z

Zaaiers en wiedsters, slijters en boters

Zacht ontsliep de lieve kleine, 't

Zacht, als de golvende baren der zee

Zachtjes an en niet te snel, anders

Zachtjes naar het masveld, daar l

Zadel razendsnel m'n paard

Zag een knaap een roosken staan,

Zagen zagen, wiede wiede wagen, Jan kwam thuis

Zakdoekje leggen, niemand zeggen

Zalig is de man en goed geheten, die

Zalig zij die arm zijn

Zalig zij die Jezus' naam belijden

Zeg bakkertje, zeg bakkertje

Zeg boer waar is jouw vrouw, zeg boer

Zeg bootsman bootsman ahoy, zeg op

Zeg buur, zeg buur ik zou je willen

Zeg buurman is die kat van jou

Zegen het land, het land, o heer

Zege, zege, laat ons zingen

Zeg, juf, zeg juf

Zeg, ken jij de mosselman

Zeg kosterke, zeg, waarom vrijde gij niet?

Zeg kwezelken wilde gij dansen?

Zeg, mdchen, zeg, hoe kom ik daar die trappen op?

Zeg mij wat is een koning, een koning zonder land?

Zeg, moet je horen, het heeft weer

Zeg, sneeuwwit vogeltje, dat daar op uw struweeltje wiegt

Zegt weet gij wat het is des winters

Zeg wanneer, zeg wanneer, zullen

Zeisen, zeisen, zo vroeg te been ?

Ze liggen lang begraven, te rusten in de dood

Zes kippetjes op een rij

Zes ons kaas, een pond radijs

Ze stappen, hun bellen al klinken

Zestien man op de kist van een dode,

Zes studenten in verlof, watiwee,

Zet aan nu de grauwe motoren: de

Zet een puit op enen gouden stoel

Zet jij de eerste stap, stap, stap

Zeven bruine beuken spoken log en

Zeven heksen bij elkaar

Zeven kleine eerdjes lopen op de

Zeven violen en een kontrabas, en een

Zeventien dappere houten soldaatjes

Zeven was voldoende

Ze vochten voor hun Kempenland, hun

Ze zeggen: de school is afgebrand,

Ze zijn zo anders nu opeens

Zie broeder 't spel der vlammen, en

Zie daar kom ik aangelopen op mijn

Zie de lelin op het veld, zie, hoe

Zie de maan schijnt door de bomen,

Zie ginds komt de stoomboot uit

Zie het maantje schijnt door de bomen

Zie hoe het vriend'lijke zonlicht

Zie je de kastanjes aan de bomen, zie

Zie, Jezus schudt de beddekens uit

Zie naar de zonne, zie, zie, naar de

Zie nu weer de zon, de lente gloren

Ziet als een poesje uit, maar is toch

Ziet gij 't noodvuur laaien, volgt de

Ziet gij de Zwarte Leeuw niet rijzen,  http://www.youtube.com/watch?v=ROTBmNqd48A

Ziet gij die arme kleinen

Ziet gij in 't Oosten het morgenrood,

Ziet hoe wijd de grote wereld,

Zie 't loof komt van de bomen

Zie 't loof valt van de bomen

Zie toe de vlag waait schoon en wild,

Ziet over 't puin van de oude tijd

Ziet waar Jezus is geboren, hier voor

Ziet ze door de straten gaan

Ziet zo rijden de heren, met hun

Zie, zie, zie, zie, tieren de zwaluwen tweemaal drie

Zij gerust, wij zullen slagen, wij ook krijgen onze tijd!

Zij hadden Hem verloren, hun lieven

Zij hebben lang vergeten de zang van

Zij loechen en staken hun schoren op

Zijt ge schaap, laat u dan scheren

Zijt ge Zone Gods, welaan!

Zijt vrolijk, groot en kleine, met

Zij willen 't schone Vlaanderland,

Zij wonen in een schelpje, hun huis is altijd rein

Zij zullen hem niet temmen, de fiere Vlaamse Leeuw  http://www.youtube.com/watch?v=MPBs8uhUQF4

Zilverblanke zwanen, 'k groete u

Zin zin zin fa il violino, drin drin

Zing aan het eind van een mooie dag

Zing dit vrolijk lied, zing en schaam

Zing een nieuw lied voor God den Here

Zingen alle vogels in de bomen

Zingen, zingen dat willen wij

Zing in de zon, kameraad, zing met

Zingt een loflied God den Heer, en

Zingt een nieuw lied alle landen

Zingt een nieuw lied voor de Heer

Zingt een vogel, zingt een vogel in

Zingt jubilate voor de Heer

Zingt voor de Heer een nieuw gezang

Zingt voor de Vader

Zingt zingt 't is zomer, zingt nu

Zing uw danklied, laat ons zingen en

Zing voor de Heer van liefd' en trouw

Zing voor de nieuwe zon een

Zing voor elke nieuwe dag, tover je

Zit ik op mijn stoeleke, tiek, tak, tiek

Zit ik 's avonds ten haarde dan stook

Zo allen trouwloos faalden, toch

Zoals de mensen leven

Zoals een hert

Zoals een man zich verheugt

Zoals een zee die wild aan 't stormen

Zoals mijn Trien is geen klappei

Zodra het bleke morgenlicht het dorpken inkijkt

Zodra het madeliefje piept met

Zoef gaat de lift in de hoge flat,

Zoek je boog en je pijl, slijp de

Zoek je de zon in 't leven: zing,

Zoem zoem zoem, de bij zit op de

Zo gaat de molen, de molen, de molen,

Zo in alle wereldoorden, 't volk

Zo klinkt mijn mooie kermisfluit: tu

Zolang Gij mij dit leven laat

Zolang er mensen zijn

Zo lang reeds was ons land in nood,

Zo lief heeft God de wereld

Zo menig hart was u gewijd, o land van roem en rouwe

Zomer in Hellas, en op lijfsgenade

Zomerzon, maak nu mijn hart weer

Zondaars, wilt u toch bekeren

Zonder nommer of getal zo heb ik

Zonnelach op lentetover, merelzang in

Zonne lacht op 't ruitje, vader zeilt in zee

Zonneschijntje, morgenlicht! Als gij

Zonnestralen wekken de aarde, lange

Zonnewendenacht vol sterren, die hun

Zonnige mei en alle vogels zingen

Zonnige mei lokt alle vogelen blij,

Zon op alle velden, zon in ieder oog,

Zorgen, gij moet bijzijden staan

Zo rijden wij, zo rijden wij, al naar

Zo spreekt de Heer

Zouden wij nog een pintje drinken? zei Petrus

Zou ik mijn herte niet geven, aan 't

Zou je met mij op de wolken willen

Zou me nie meugen eens vrolijk wezen

Zo vriendelijk en veilig

Zullen we samen bizon jagen

Zusters, ontwaart ge geen licht aan

Zwaai door ons leven een vlag met een

Zwaargewond, neergeslaan, lag een

Zwaluw lief, waar snelt gij heen,

Zwart als de nacht onze vanen,

Zwart in 't gelid door de straten,

Zwarte ekster recht of krom, morgen

Zwarte Piet kan klimmen, zeker weten

Zwarte Piet, wiedewiedewiet, 'k hoor

Zwarte Pietepiet ben je daar, Zwarte

Zwarte Pietje boe, boe, boe, Zwarte

Zwarte reus met uw schort van leder,

Zwijgt o mensen en wilt horen: tien

Terug naar begin

 

Terug naar begin muziekpagina's